De vla trilde van angst

Al Galidi Foto Meulenhoff/Manteau Meulenhoff/Manteau

Al Galidi: De herfst van Zorro. Gedichten. Meulenhoff/Manteau, 78 blz. €19,95

We konden erop wachten. In de tijd dat alle grote verhalen volgens velen zijn verteld, grijpen grote gedichten hun kans. Waar poëzie enkele decennia geleden nog synoniem was met verstilling, verdichting en uiterste spaarzaamheid, daar schuwt zij tegenwoordig steeds minder het grote gebaar. De beschouwende en ingetogen lyrische traditie heeft niet langer het alleenrecht. De epische traditie beleeft een come-back. Sinds enige tijd durven dichters het weer aan lange, verhalende gedichten te maken, gedichten van de lengte van een complete bundel. In 2002 publiceerde Pieter Boskma De aardse komedie, een ‘roman-gedicht’ van meer dan 270 pagina’s. Twee jaar later kwam Guus Houtzager met een vergelijkbare roman in verzen: De haren van Jeanette. Het genre werd op een eigenzinnige en radicale manier ingevuld door Joost Zwagerman met de belangrijke bundel Roeshoofd hemelt, die in 2005 uitkwam. Onlangs verscheen Exorbitans van Han van der Vegt, een erg vermakelijke sience-fictionversie van de reis van Sint Brandaan. De herfst van Zorro, de nieuwe dichtbundel van de in oorsprong Iraakse dichter Al Galidi is de meest recente bijdrage aan de revival van de epische traditie. De bundel is door het dichterspanel van de PoëzieClub verkozen tot clubkeuze, die alle leden gratis krijgen thuisgestuurd.

De bundel vertelt het verhaal van de held Zorro in zijn nadagen, wanneer het hem moeite kost zichzelf nog langer als held te zien. Hij is zijn paard, zijn zwaard en zijn penis verloren en zoals elke man die dat overkomt, slaat hij aan het fluisteren, zingen en filosoferen. Er is vanzelfsprekend veel heimwee in zijn gezangen. Hoewel de totale bundel consequent vanuit het perspectief van Zorro is geschreven en hoewel een samenhangend verhaal wordt verteld, is de structuur associatief. De afzonderlijke hoofdstukken zijn ook als zelfstandige gedichten te lezen. Die dragen exuberante titels zoals: Op een nacht in zijn herfst opende Zorro de koelkast. De vla trilde van angst. Zorro voelde de pijn van de vla en zei tegen hem dat hij hem niet op zou eten en alleen wat sap wilde drinken. Voor die vla zong Zorro dit lied.

Zorro’s heimwee is heimwee naar een ver warm land waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht. ‘Hoe mooi de meisjes uit ons dorpje. [...] Gevangen, / maar vrolijker en warmer / dan vrouwen die naakt in kroegen huilen.’ Het nieuwe land waar hij zich bevindt, is voor Zorro een bron van verwondering. ‘De Nederlanders vroegen mij: / “Hoe kun je slapen / zonder paspoort?” / En ik vraag mij af: / Hoe kunnen deze slaapwandelaars / wakker worden / zonder zon?’ Zorro heeft het niet makkelijk. Hij is eenzaam. ‘Jouw koelkast is fruit en groente, / kaas, jam en zomer,’ zegt hij tegen de vla. ‘Mijn koelkast is donker en wachten, eenzaamheid en heimwee.’ ‘Jij en de dood, Schiphol, / kunnen mij optillen van deze bodem.’

Het is dan ook niet moeilijk om parallellen te vinden tussen de protagonist van deze bundel en zijn auteur. Zorro heeft alle kenmerken van een politiek vluchteling en het land dat hij verlaten heeft en mist zou zomaar Irak kunnen zijn. Natuurlijk is het onnodig om hier nu te gaan zitten beweren dat Zorro eigenlijk Al Galidi is, maar anderzijds zou je de bundel te kort doen wanneer je zou veronachtzamen dat hij precies daarover gaat: ontheemding vermengd met pijn, verwondering en heimwee. En een groot gevoel van machteloosheid, om niet te zeggen impotentie. Had Zorro zijn paard en zijn zwaard en zijn penis nog maar. Maar ‘in zijn herfst had hij geen wapen, alleen zijn stem.’

Het knappe van Al Galidi is dat hij niet in de valkuil trapt die gaapt als een afgrond bij poëzie die zich waagt aan de thematiek van ontheemding. Veel dichters die lotgenoten zijn van Al Galidi heb ik zich horen overschreeuwen met grote woorden over vrijheid en onrecht. Al Galidi houdt zijn verzen licht en beeldend. Hij maakt het drama voelbaar in de kleine dingen, zoals in de verwondering over regen: ‘Waarom open je hier paraplu’s / als je daar bloemen kunt openen? // Dorstige zaadjes / wachten op jou / om het donker te verscheuren / en de schaduw te leggen. [...] Rivieren / proberen zich de zee te herinneren. [...] He regen, / waarom val je op regen?’