De LEESCLUB gaat door; deze week over ‘Tirza’: wordt Arnon Grunberg overschat?

Sinds zijn debuut Blauwe maandagen in 1994 is Arnon Grunberg een van de meest besproken schrijvers van Nederland. En een van de productiefste. Dit najaar verscheen Tirza, zijn achtste roman. Het boek vertelt het verhaal van Jürgen Hofmeester, een weggesaneerde redacteur bij een uitgever die, in de steek gelaten door zijn vrouw, op het punt staat afscheid te nemen van zijn jongste dochter, Tirza, die met haar vriendje naar Afrika vertrekt. Kort voor het vertrek van de dochter, duikt de vrouw weer op. In het laatste deel van de roman trekt Hofmeester zelf naar Namibië, op zoek naar zijn kind. Hij laat zich vergezellen door een meisje, Kaisa, dat een soort vervangende dochter voor hem wordt.

Het boek werd in deze krant gunstig ontvangen: ‘Het opmerkelijke van [Grunbergs] schrijverschap is juist dat hij, sinds hij als wonderkind werd binnengehaald, weliswaar met stunts en gimmicks steeds weer de aandacht wist te trekken, maar dat hij zich tegelijkertijd met iedere roman verder heeft ontwikkeld [...] Het grote verschil tussen deze Hofmeester en eerdere hoofdpersonen is dat het nu niet draait om zoon en moeder, maar om een vader, die lééft voor zijn dochter.

‘Tirza gaat over de bevrijding van het beest uit een voorbeeldige burger. Bij Grunberg een voor de hand liggend thema, maar Tirza is wel een ingenieuze en zonder twijfel de meest precieze en complete roman die Grunberg schreef. Niet eerder hield hij de compositie van een boek zo strak in handen, zette hij de bouwstenen van zijn verhaal zo precies neer en knoopte hij de lijntjes allemaal zo zorgvuldig aan elkaar – tot in de Namibische woestijn. Dat dwingt grote bewondering af, al brengt al dat vertoon van vakmanschap met zich mee dat Tirza wel de spannendste roman van Grunberg is, maar niet de avontuurlijkste.

Voor die gedachte heb je echter pas na afloop tijd. Want Tirza is geen roman die je snel weglegt. Grunberg schrijft geduldig maar dwingend. Toch is het niet zijn avontuurlijkste roman’ (Arjen Fortuin, 22.09.06).

Deze week bijten criticus Arnold Heumakers en schrijfster Annelies Verbeke het spits af in de discussie over Tirza. Verbeke bewondert Grunberg om de wijze waarop hij de fatale relatie tussen Hofmeester en zijn dochter uiteenzet. Heumakers is over de psychologie van Tirza veel kritischer. Hij wacht nog op de roman waarin Grunberg zijn talent werkelijk benut. Wie overtuigt u het meest? Wat is de recensenten niet opgevallen aan Tirza? Wordt Grunberg overschat? Vergooit hij zijn talent aan columns, televisieprogramma’s en publiciteitsstunts? Is hij juist de beste Nederlandse schrijver van het moment? Of heeft hij nooit meer het niveau gehaald van zijn debuut?

Discussieer vanaf vandaag mee over Tirza op www.nrc.nl/leesclub