De ‘bandwagon’ van het politieke nieuws

Als kranten signaleren dat een partij stijgt in de peilingen, heeft dat een versterkend effect. Die partij komt dan positiever in het nieuws.

Politici hebben politiek succes maar voor een deel in eigen hand. Ze doen er alles aan om in hun campagnes de kiezer voor de eigen partij te winnen. Vandaar de eindeloze stroom media-optredens, debatten en zeepkisten, gelikte websites, radio- en televisiespotjes en bustochten door het land.

Maar het is de vraag in hoeverre die inspanningen effect hebben. Uit de analyses die de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam sinds begin september maken van de politieke berichtgeving in zes landelijke kranten blijkt dat tot ongeveer half oktober 11 procent van het politieke nieuws ging over succes of falen, waarbij niet onmiddellijk duidelijk is aan welke partijen of lijsttrekkers dat werd toegeschreven.

Halverwege oktober treedt een omslag op. De PvdA begint te dalen in de peilingen, en het CDA wordt voor het eerst sinds 2003 weer groter dan de partij van Wouter Bos (in de peilingen). Het zijn marginale verschuivingen, maar het effect ervan is duidelijk merkbaar in de verslaggeving over de verkiezingen. De onderzoekers concluderen dat het CDA profiteert en na 15 oktober veel meer lof dan kritiek oogst in de toon van de berichtgeving.

Daar komt bij: dat (politiek) succes of falen een zichzelf versterkend fenomeen is. In politicologentaal spreekt men van het band -wagon-effect. Dit meeloopgedrag heeft zowel een positieve als een negatieve kant. Simpel gezegd vestigt het nieuws de indruk dat een partij in de lift zit (bijvoorbeeld omdat deze stijgt in de peilingen) of op de glijbaan (daalt in de peilingen). Het signaleren daarvan, versterkt de trend. Dat is lastig te doorbreken, omdat de trend onderbouwd wordt met allerlei andere indrukken, bijvoorbeeld van debatten, televisieoptredens of tegenstrijdige uitspraken.

Dat een partij succes boekt wordt dan niet meer alleen op de peilingen gebaseerd. De politicoloog Philip van Praag schreef vorige maand dat dit niet betekent dat kiezers als „kip zonder kop” achter de winnende partij aanlopen. „Kiezers laten zich soms beïnvloeden door peilingen omdat ze in toenemende mate strategisch stemmen. Ze willen graag invloed uitoefenen en stemmen daarom soms op hun partij van tweede voorkeur. De uitkomsten van peilingen kunnen daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn.”

Peilingen hebben overigens een pervers effect op de perceptie van het succes van partijen. Een partij als het CDA heeft nu 44 zetels in de Kamer, maar scoorde in peilingen de afgelopen jaren rond de dertig zetels. Nu stijgt de partij in de peilingen, maar veelal niet boven het huidige zetelaantal. Toch is de perceptie dat het CDA in de lift zit.

In het nieuws komen met ‘eigen’ onderwerpen is dé manier om succes te oogsten. Bos en Balkenende zijn beiden dominant in het nieuws. Balkenende wordt tussen 15 oktober en 6 november 559 keer genoemd in kop of eerste alinea, Bos 397 keer. Bos krijgt meer kritiek dan lof, bij Balkenende is dat omgekeerd.

Vergeleken met Balkenende en Bos is het profiel van de andere lijsttrekkers vlak. VVD-lijsttrekker Rutte moet na 15 oktober zijn nummer 2 laten voorgaan (Verdonk 293 keer, Rutte 169). Voor 15 oktober stond Rutte in de schaduw van oud-partijleider Zalm (288 om 188). De aandacht voor de VVD is gespreid over de hele liberale ‘kopgroep’: de ministers Zalm, Remkes, Kamp, Hoogervorst en Nicolaï staan ook in de top twintig van meest genoemde politici. En dat terwijl CDA-fractievoorzitter Verhagen na 15 oktober niet eens meer voorkomt in de top 20. Zijn taak zit er blijkbaar op.

Het onderzoek is na te lezen op www.kies2006.nl