Catwalk in de steigers

Ondanks de grote verschillen in mode lijken de modeshows veelal op elkaar

Een aantal ontwerpers kiest juist voor een orginele show om hun kleding te verkopen

„Ach, ’t is weer wat anders dan een show met modelletjes”, lacht modeontwerper Simon de Boer na afloop. ‘Wat anders’ is nogal zwak uitgedrukt voor de ongewone modepresentatie van zijn label Be Your Own Master And Creator die de ontwerper zondag gaf in een duistere theaterzaal van Frascati in Amsterdam. Daar plaatsten, begeleid door luid spinnende katten, in zwart gestoken jongens en meisjes in een onmodieus traag tempo levensgrote billboards met Simon de Boers nieuwste ontwerpen. Daarna daalden vanuit de toneelhemel vier zwarte, bijna identieke outfits neer op het podium.

Na afloop was er water in plaats van de gebruikelijke champagnebubbels. Al even ongewoon voor modebegrippen was de inhoud van de goodiebag: Een filosofisch essay met een poes in de hoofdrol.

Dit soort eigenzinnige modepresentaties zijn nog zeldzaam. Modeshows zijn voor een ontwerper onontkoombaar maar, zegt De Boer, „ik ben al in 1995 begonnen om daar het mes in te zetten.” Zo showde hij al eens zijn werk op de klanken van een tachtigkoppig symfonieorkest. De catwalk bestond uit trappen. Een jeanscollectie liet hij eens paraderen door de Amsterdamse rosse buurt.

„Door lak te hebben aan het systeem schep ik ruimte voor mezelf. Ik kan het nu over dingen hebben waar ik anders niet over mag beginnen, zoals filosofie. Dat blijft meestal in het academische hangen maar ik ga er dartel mee om, breng het in praktijk door het aan mode te koppelen.” De Boer hoopt dat ongewone modepresentaties, die hij beschouwt als tegenbeweging, uiteindelijk een soort establishment worden.

Het verbaast zelfs modeontwerper Bas Koster hoeveel alternatieve modedingen tegenwoordig georganiseerd worden. Als voorbeeld noemt hij de feesten van Fashion Radio in de Amsterdamse Club 80. „Zelf presenteer ik vaak op uitnodiging van clubs. Ik noem dat fashion-entertainment”, zegt Kosters die in 2003 afstudeerde aan Fashion Institute Arnhem met zijn hysterische collectie Two teacups and a frying pan waarmee hij in het zelfde jaar de Robijn Fashion Award won.

Kosters, berucht om maffe shows waar de ontwerper zelf ook optreedt met een gelegenheidsband, staat net als Simon de Boer ambivalent tegenover het systeem met zijn geoliede modeshows en „regeltjes en gezeik”.

„Ik kies bewust voor totale onafhankelijkheid.” Dat daaraan nadelen kleven heeft Kosters al gemerkt. Het kost hem heel veel tijd een professionele show te organiseren. „Ik moet zorgen dat er inkopers komen kijken, want die handgemaakte bodywarmer van een oude slaapzak met kogelgaten van rode glaskralen is niet alléén voor de clubfeesten.”

Modeontwerpster Esther Meijer trekt wekelijks langs de hoofdstedelijke clubs en geeft muzikale modeperformances, soms met twee, soms met negen personen. Het combineren van mode en uitgaan is volgens Meijer sterk in opkomst. Ze vindt het ideaal. „Gangbare modeshows vind ik saai. Ik wil lol hebben.” En dat het publiek zich wel eens afvraagt wat er gebeurt, daar zit de in 2003 in Arnhem afgestudeerde Meijer niet mee. Optreden vindt ze de juiste manier om haar naamsbekendheid op te bouwen. „Ik wil dat jonge mensen mijn kleding gaan dragen.”

Simon de Boer hoopt dat hij door zijn ‘show’ in aanmerking komt modestudenten te vertellen over de achtergronden en effecten van de modepresentatie. Nooit eerder gaven na afloop zoveel mensen aan dat ze iets willen kopen. „Over mode wordt vaak cynisch gedaan, men vindt het oppervlakkig. Dit geeft aan dat er grote behoefte is aan authenticiteit.”