Bij ons op het kantoor

Joshua Ferris: Zo kwamen we aan het eind (Then We Came to the End). Uit het Engels vertaald door Peter Abelsen. Nieuw Amsterdam, 415 blz. €18,50

Er lopen veel personages rond in Zo kwamen we aan het eind, de debuutroman van Joshua Ferris, misschien té veel. Janine bijvoorbeeld, wier dochtertje vermoord is en die nu troost zoekt in de ballenbak van McDonald’s. Dat vinden de anderen op zichzelf al krankzinnig, maar er komt nog bij dat ze een beetje begint te ruiken. Tom kampt met een immer op exploderen staande woede, Carl neigt naar provocerend gedrag zoals zich zelf in het openbaar uitkleden. Joe voelt zich boven anderen verheven en reageert verdomme niet eens als iemand ‘flikker’ op zijn muur heeft geschreven. O ja, en dan is er ook nog Frank, die kort na zijn ontslag overlijdt en een totempaal nalaat aan Benny of all people. Een totempaal, dat verzin je toch niet? En dat zijn dan nog maar een paar van de werknemers op een reclamebureau in Chicago. Ze treiteren en roddelen de dag vol, het enige waar ze elkaar in vinden is in hun gedeelde verbazing over die raadselachtige pro-bono opdracht voor een campagne tegen borstkanker. Het is in een periode van neergang in de Amerikaanse economie en omdat de resultaten matig zijn vliegt er af en toe iemand uit. Die hoeft dan niet op medeleven van de collega’s te rekenen, al veinzen ze zoiets wel, in het halve uurtje dat het slachtoffer krijgt om zijn boeltje te pakken onder het toeziend oog van de beveiligingsman. Ze drinken te veel in de weekends en vinden zichzelf ‘fortuinlijk om van een generatie te zijn die niet in een oorlog had hoeven vechten.’ Maar dat heeft ook zijn karakterologische schaduwzijde. ‘Nu draaide alles om onszelf en ons streven om een treetje hogerop te komen. Nu telden we de plafondtegels in elkaars kamers om te zien wie de grootste ruimte had.’Lange tijd lijkt Zo kwamen we aan het eind niet meer te zijn dan een hilarische maar toch wat oppervlakkige zedenschets. Maar zoals anderen van zijn schrijvende generatiegenoten heeft Ferris een knap arsenaal aan trucs om het boek een onverwachte knik mee te geven. Bijna het hele verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de ‘we’ uit de titel, maar ineens verschuift dat naar de soms schimmige cheffin Lynn, die borstkanker heeft (of toch weer niet? en heeft zij nou die campagne bedacht?) Aan die perspectiefwisseling geeft Ferris tenslotte nóg een heel fraaie wending mee, maar dan ligt het bureau al op zijn gat en ontmoeten ze allemaal elkaar nog eens, sadder and wiser. Dat betekent een bekwaam en van bezinning doordrongen slot van dit vermakelijke, en door Peter Abelsen voortreffelijk vertaalde boek.Jan DonkersZo kwamen we aan het eind, de debuutroman van Joshua Ferris, misschien té veel. Janine bijvoorbeeld, wier dochtertje vermoord is en die nu troost zoekt in de ballenbak van McDonald’s. Dat vinden de anderen op zichzelf al krankzinnig, maar er komt nog bij dat ze een beetje begint te ruiken. Tom kampt met een immer op exploderen staande woede, Carl neigt naar provocerend gedrag zoals zich zelf in het openbaar uitkleden. Joe voelt zich boven anderen verheven en reageert verdomme niet eens als iemand ‘flikker’ op zijn muur heeft geschreven.

O ja, en dan is er ook nog Frank, die kort na zijn ontslag overlijdt en een totempaal nalaat aan Benny of all people. Een totempaal, dat verzin je toch niet? En dat zijn dan nog maar een paar van de werknemers op een reclamebureau in Chicago. Ze treiteren en roddelen de dag vol, het enige waar ze elkaar in vinden is in hun gedeelde verbazing over die raadselachtige pro-bono opdracht voor een campagne tegen borstkanker.

Het is in een periode van neergang in de Amerikaanse economie en omdat de resultaten matig zijn vliegt er af en toe iemand uit. Die hoeft dan niet op medeleven van de collega’s te rekenen, al veinzen ze zoiets wel, in het halve uurtje dat het slachtoffer krijgt om zijn boeltje te pakken onder het toeziend oog van de beveiligingsman. Ze drinken te veel in de weekends en vinden zichzelf ‘fortuinlijk om van een generatie te zijn die niet in een oorlog had hoeven vechten.’ Maar dat heeft ook zijn karakterologische schaduwzijde. ‘Nu draaide alles om onszelf en ons streven om een treetje hogerop te komen. Nu telden we de plafondtegels in elkaars kamers om te zien wie de grootste ruimte had.’

Lange tijd lijkt Zo kwamen we aan het eind niet meer te zijn dan een hilarische maar toch wat oppervlakkige zedenschets. Maar zoals anderen van zijn schrijvende generatiegenoten heeft Ferris een knap arsenaal aan trucs om het boek een onverwachte knik mee te geven. Bijna het hele verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de ‘we’ uit de titel, maar ineens verschuift dat naar de soms schimmige cheffin Lynn, die borstkanker heeft (of toch weer niet? en heeft zij nou die campagne bedacht?) Aan die perspectiefwisseling geeft Ferris tenslotte nóg een heel fraaie wending mee, maar dan ligt het bureau al op zijn gat en ontmoeten ze allemaal elkaar nog eens, sadder and wiser. Dat betekent een bekwaam en van bezinning doordrongen slot van dit vermakelijke, en door Peter Abelsen voortreffelijk vertaalde boek.Jan DonkersZo kwamen we aan het eind niet meer te zijn dan een hilarische maar toch wat oppervlakkige zedenschets. Maar zoals anderen van zijn schrijvende generatiegenoten heeft Ferris een knap arsenaal aan trucs om het boek een onverwachte knik mee te geven. Bijna het hele verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de ‘we’ uit de titel, maar ineens verschuift dat naar de soms schimmige cheffin Lynn, die borstkanker heeft (of toch weer niet? en heeft zij nou die campagne bedacht?) Aan die perspectiefwisseling geeft Ferris tenslotte nóg een heel fraaie wending mee, maar dan ligt het bureau al op zijn gat en ontmoeten ze allemaal elkaar nog eens, sadder and wiser. Dat betekent een bekwaam en van bezinning doordrongen slot van dit vermakelijke, en door Peter Abelsen voortreffelijk vertaalde boek.