‘Bij idealisme hoort ironie’

Benjamin Kunkel maakte indruk met zijn debuut ‘Besluiteloos’ en is een van de drijvende krachten achter het tijdschrift ‘n+1’. „Ik wil politiek en het schrijverschap verenigen.”

Op het eerste gezicht lijkt de Amerikaanse schrijver Benjamin Kunkel, op bezoek in Amsterdam, wel wat op Dwight Wilmerding, de hoofdpersoon van zijn debuutroman Indecision. Deze Dwight lijdt aan ‘abulia’, volstrekte willoosheid, hij neemt beslissingen door een muntje op te gooien. Zijn ‘onverwoestbare Dwight-zijn’ betekent passiviteit en lethargie tot in het absurde. Om met Dwight zelf te spreken: ‘Als je eenmaal tot de slotsom bent gekomen dat je een dier bent, hoe voorkom je dan dat je een plant wordt?’

Toegegeven, Kunkel is niet behaard en mollig, zoals Dwight. Integendeel, op zijn 32ste ziet de blonde, tengere Kunkel er in zijn spijkerbroek en sweatvest uit alsof hij in een boy band zingt. Hij ligt achterover in zijn stoel alsof hij geen greintje energie in zijn lijf heeft, denkt lang na voordat hij een antwoord geeft en doet geen moeite lange stiltes op te vullen.

Maar Kunkel heeft vandaag een jetlag én een kater, geen abulia. Op normale dagen is hij een van de drijvende krachten achter het New Yorkse tijdschrift n+1 magazine, waarmee een aantal twintigers het intellectuele debat in New York probeert te monopoliseren, onder het motto ‘laten we de smaak creëren waarmee wijzelf genoten willen worden.’ Kunkel werd opgeleid aan een elite-universiteit in Californië en schreef in de bossen van Colorado zijn eerste roman, een geestige, Oblomoviaanse satire op de huidige tijdgeest en kreeg daarmee alom erkenning.

Disinterest, desinteresse, was voor Indecision (besproken in Boeken, 23.06.06) ook een goede titel geweest, want de roman vertelt hoe Dwight Wilmerdings ogen zich ondanks hemzelf uiteindelijk openen voor de rest van de wereld. Kunkel zelf heeft van oogkleppen bepaald geen last, in het laatste nummer van n+1 publiceerde hij stukken over New Yorkse rassenpolitiek in de jaren zeventig, klimaatverandering, de ‘trivialisering van seks en de verachting van jeugd’ en schuldgevoelens onder schrijvers.

„Toen ik een tiener was,’’ vertelt Kunkel, moeizaam, „had ik altijd erg hoogdravende ideeën over wat het betekende een schrijver te zijn. Ik was onder meer vastbesloten om boven de politiek te staan, want literatuur hield zich nou eenmaal niet bezig met de waan van de dag. Maar tijdens mijn studie las ik de communisten, ik las veel geschiedenis en politieke filosofie. Ik kreeg er radicaal egalitaire ideeën van. Sindsdien is het mijn ideaal om politiek en het schrijverschap juist te verenigen.”

U schetst de generatie van Dwight als een generatie die probeert ironie en idealisme met elkaar te verzoenen. Maar houdt ironie niet altijd een vrijblijvendheid in, die idealisme ongeloofwaardig maakt?

Na een lange, bijna pijnlijke stilte zegt Kunkel: „Niet per se. Ik zie ironie eerder als distantie, de eigenschap dat je je eigen doen en laten van een afstand bekijkt en in perspectief ziet. Met zo’n houding kan een ideoloog juist zijn voordeel doen. Anderzijds heeft ironie weinig om het lijf als je niet iets wezenlijks hebt om ironisch over te doen. Ik zou dus zeggen dat ironie en idealisme juist bij elkaar horen. Machthebbers zijn in mijn ogen bijvoorbeeld zeer gebaat bij ironie. Want het eerste wat een machthebber uit het oog verliest, is de realiteit.”

Is ‘abulia’ iets wat u om zich heen zag in New York, of dient het uitsluitend als literaire motor?

„Allebei. Ik had vrienden die inderdaad leken te lijden aan chronische besluiteloosheid, behalve dan dat ze hadden besloten om eeuwig een studentenleven te blijven leiden. Maar er was ook de literaire kant van het verhaal. Mijn beslissing om te schrijven, terwijl ik niet wist waarover. Ik besloot van het probleem de oplossing te maken.”

Sinds het antiglobalisme van eind jaren negentig zijn veel jongeren juist weer heel politiek betrokken. Verandert er iets wezenlijks in Dwight of drijft hij gewoon met de mode mee?

“Eén van Dwights deugden is dat hij niet bezig is met mode. Hij bekeert zich niet uit hipheid. Maar het is waar, het is zeker niet langer uncool om je ergens over op te winden. Je zou kunnen zeggen dat Dwight die beweging maakt, van apathie naar betrokkenheid. Zijn vriendinnen zijn in elk geval zeer tegen het neoliberalisme. Maar ik denk dat Seattle en het antiglobalisme in New York niet zo’n grote rol speelden. Voor New Yorkers werd politieke betrokkenheid pas een noodzaak na de aanslagen van 11 september. Of nee, misschien zijn de verkiezingen van 2004 in dat opzicht achteraf gezien nog het meest betekenisvol geweest. De stemming in New York was na de herverkiezing van Bush minstens zo dramatisch als na 11 september. Misschien zelfs nog dramatischer, omdat er na de aanslagen een sfeer heerste van saamhorigheid en verzet, omdat mensen zich niet verslagen wilden tonen. Dat ontbrak in 2004. Zelf heb ik het hele jaar na Bush’ herverkiezing zelfs niet over politiek willen praten, uit pure frustratie. ’’

Voelt u zich verwant met schrijvers van uw generatie, zoals bijvoorbeeld Jonathan Safran Foer, die in hun boeken nadrukkelijk proberen iets over de wereld van vandaag te zeggen?

„Wij winden ons op over dezelfde kwesties, dat is waar. Maar onze boeken hebben niets met elkaar te maken; ik schrijf niet zoals Foer omdat we toevallig allebei jong zijn. In literair opzicht voel ik me veel eerder verwant met iemand als Italo Svevo. Toen ik net begonnen was met schrijven aan Indecision las ik Bekentenissen van Zeno. Wat een geweldig portret van besluiteloosheid, van de moeite die een mens moet nemen om zichzelf te dwingen ook maar iets te doen.”

U bent uitbundig geprezen om het eerste deel van uw boek. Maar op het gedeelte waarin Dwight zijn nieuwe leven als ontwikkelingswerker begint, ‘een hovenier wordt in de tuin van een betere wereld’, bent u juist aangevallen. Dit deel van het boek zou veel minder geslaagd zijn, de schrijver zou zijn humor hebben verloren.

„Het handhaven van Dwights stem, zijn terloopsheid – dat kostte me enorme moeite. Het kan dus dat ik daar in het eerste deel van mijn boek beter in geslaagd ben dan in de andere delen. Maar het laatste deel is niet mislukt, zoals critici wel hebben geschreven. Lezers verdragen kritiek op het leven nu eenmaal beter dan een keuze vóór iets. Iemand die iets van zich afwerpt is minder snel belachelijk dan iemand die iets omhelst.”

Laat u Dwight daarom het pilletje Bulimix tegen zijn willoosheid slikken, om hem bij voorbaat een excuus voor zijn positivisme te geven?

„Bulimix is de oplossing voor het kernprobleem van de schrijver van fictie, namelijk de vraag waar de motivatie van een karakter vandaan komt. Het is ook een heel eigentijdse oplossing voor een menselijk probleem. Mensen leunen graag op iets of iemand en ze vertrouwen meer op pilletjes dan op ideeën. Bulimix maakt Dwight tot een soort omgekeerde Huckleberry Finn. Hij rent op de wereld af, in plaats van dat hij haar ontvlucht, zoals veel personages in fictie. ’’

Heeft u uiteindelijk een stichtelijk boek geschreven of is het de bedoeling dat we dat niet zeker weten?

„Het slot is ongeveer zo serieus als Dwight het kan nemen, en helemaal serieus is dat niet. Dwight verandert, maar hij blijft natuurlijk Dwight. Dat engagement een betere houding is dan apathie, is een premisse van het boek die ik persoonlijk niet kan rechtvaardigen. Ik heb geen grote hoop voor de sociale of educatieve kracht van fictie. Het gaat me erom de aard van een verlangen te schetsen, het verlangen iets te betekenen in de wereld.”

In het laatste nummer van n+1 staat een artikel over het geweten van schrijvers – ze zouden zich schuldig voelen dat ze schrijver zijn en niet meer doen om de wereld te verbeteren. Hoe staat het met uzelf in dat opzicht?

„Ik zou het veel makkelijker vinden mezelf te rechtvaardigen als ik geen schrijver was, maar iets concreets deed. Aan de andere kant: het is duidelijk dat mijn temperament deze manier van leven verkiest. Ik hou van rust, ik zou een hele slechte actievoerder zijn. En echt niemand wordt er beter van als ik iets technisch of logistieks zou doen.”

Benjamin Kunkel: Indecision. Random House, 241 blz. € 14,49 Vertaald door Wim Scherpenisse als Besluiteloos, Rothschildt & Bach, 286 blz. € 19,95