‘Bescherm mensen tegen mondialisering’

Patrick Diamond, oud-adviseur van Tony Blair, bepleit nieuwe vormen van ‘gelijkheid’. „Er is veel voor te zeggen de migratie te reguleren, zoals de regering nu ook wil.”

Floris van Straaten

Het is een lang gekoesterde droom van linkse partijen om de sociaal-economische ongelijkheid in de samenleving op te heffen. Sinds het aantreden van Tony Blair als leider van de Labourpartij in 1994 en drie jaar later als premier is het in Groot-Brittannië echter stil geworden rond dit thema. Niet dat er geen initiatieven voor de armen zijn ontplooid, maar de nadruk lag vooral op behoud van economische groei.

Patrick Diamond, voormalig adviseur van Blair en nu directeur van de mede door Blair opgezette denktank Policy Network, wil het thema ‘gelijkheid’ uit de mottenballen halen. Met de linkse denker Anthony Giddens publiceerde hij vorig jaar het boek New Egalitarianism. Zondag spreekt de pas 31-jarige Diamond in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, waar het hele weekeinde in het teken van ‘gelijkheid’ staat. Op zijn werkkamer in Londen geeft hij een voorproefje.

Wat is de staat van dienst van Blairs regering op dit punt?

„De regering heeft veel bereikt. Ze heeft twee miljoen gepensioneerden, 700.000 kinderen en veel van hun ouders uit de armoedezone weten te halen. De kloof tussen arm en rijk is versmald. Dat is geen geringe prestatie. Toch moet er meer gebeuren. Bij ons sluit 20 procent van de 16- en 17-jarigen de schooltijd af zonder kwalificaties van betekenis, terwijl dat in Finland maar 10 procent is. Dat is rampzalig, nu het snel moeilijker wordt banen te vinden in de ongeschoolde sector.”

Heeft de Labour-regering fouten gemaakt op dit terrein?

„We hebben er, met succes, alles aan gedaan de ouders van arme gezinnen aan het werk te krijgen maar achteraf bezien beseften we dat we de gevolgen daarvan voor hun kinderen hadden onderschat. Het leidde tot veel stress bij ouders en kinderen. Ook vind ik dat we niet ambitieus genoeg zijn geweest met investeringen in het onderwijs. We steken er maar 5,8 procent van het bnp in tegen 9 procent in de volksgezondheid.”

Wat is het nieuwe aan het egalitarisme dat u bepleit?

„We moeten een efficiënte economie verzoenen met sociale rechtvaardigheid. Het belang van economische groei werd in de jaren ’70 en ’80 vaak door links vergeten. Maar zonder groei valt er niet veel te herverdelen. Het ‘oude’ egalitarisme legde nadruk op rechten in de verzorgingsstaat. Wij hameren op verantwoordelijkheid bij de burger. Als kinderen hulp van de overheid krijgen, moeten ouders ook meewerken en we verlangen goed gedrag van huurders, die van overheidswege een woning krijgen. Ook in de gezondheidszorg moeten burgers meer eigen verantwoordelijkheid tonen, anders is de medische zorg op den duur niet te bekostigen.”

Bestaat er een onderklasse in Groot-Brittannië?

„De term onderklasse gebruik ik liever niet, dat roept het beeld op van Amerikaanse toestanden, met een ondertoon van ras en etniciteit. Dat neemt niet weg dat er hier nog steeds een groep is, die het heel slecht doet. Volgens de regering 3 procent van de bevolking, volgens sommige academische studies 7 tot 8 procent. Het zal veel geld en inspanning kosten zulke mensen aan werk, onderwijs en steun bij de opvoeding van hun kinderen te helpen.”

Hoe doe je dat in de praktijk?

„Vooral hulp aan zeer jonge kinderen is van groot belang. We willen daarom meer investeren in kinderopvang en begeleiding van ouders uit arme gezinnen. Als er op vijfjarige leeftijd al verschil is met kinderen uit meer welgestelde gezinnen, is de kloof vijf jaar later meestal onoverbrugbaar.”

Wellicht is het sociaal gewenst, maar loont het economisch gezien voor de samenleving om zoveel in die groep te investeren?

„Uit onderzoek blijkt dat samenlevingen met een grote ongelijkheid tussen arm en rijk, zoals de Amerikaanse en in mindere mate de Britse, hogere misdaadcijfers, meer asociaal gedrag, een slechtere volksgezondheid en meer spanningen in het algemeen vertonen. De meeste mensen zijn volgens ons bereid te betalen om te voorkomen dat het zover komt. Een land als Zweden toont bovendien aan dat de economische dynamiek niet hoeft te lijden onder hoge belastingen.”

Wordt de hulp aan laaggeschoolde armen niet bemoeilijkt door de massale komst van werkwillige migranten uit de nieuwe EU-landen?

„Het is een heel ernstig probleem dat er zoveel banen verloren gaan waarvoor weinig scholing nodig was. Lange tijd konden laaggeschoolde arbeiders in de industrie goede salarissen verdienen. Dat is niet langer zo, niet alleen hier maar in heel West-Europa. Een Lagerhuislid vertelde me laatst dat een bouwvakker in zijn district vijf jaar geleden 120 pond per dag kon verdienen, nu nog maar 60 pond door de Poolse concurrentie. Elke sociaal-democraat die die ontwikkeling niet onderkent, houdt zichzelf voor de gek. Er is dus veel voor te zeggen de migrantenstroom te reguleren, zoals de regering nu ook wil met Bulgaren en Roemenen.”

Maar strekt de solidariteit zich dan niet uit tot arme Bulgaren, Roemenen of anderen, die hier aan het werk willen?

„Het is de taak van de regering mensen te beschermen tegen de gevolgen van de mondialisering. We kunnen niet ontkennen dat er ook kosten aan dat proces zijn verbonden. Ik zeg echter niet dat er een volledig einde moet komen aan de migratie. Ons land heeft juist sterk geprofiteerd van de bijdrage van migranten. Veel diensten zijn beter en goedkoper geworden. Niet alleen in restaurants maar ook in de zorg, waar duizenden verpleegsters en artsen uit Spanje en van elders werken. Zonder hen zouden we nergens zijn.”