Beest op praatstoel

Sytze van der Zee: Anatomie van een seriemoordenaar. Bezige Bij, 304 blz. € 18,90

Willem van Eijk stinkt naar zweet, ongewassen kleren en urine. Zijn pupillen rollen achter zijn brillenglazen, een afwijking die kán duiden op een hersenafwijking. Schrijver en journalist Sytze van der Zee spreekt de man die vijf vrouwen vermoordde en zijn levenslange staf uitzit in de gevangenis. Een oud ‘vismaatje’ van Van Eijk brengt Sytze van der Zee in contact met het ‘beest van Harkstede’, dat in de jaren zeventig een 15-jarige liftster en een verpleegster doodde en ná zijn vrijlating uit de tbs-kliniek nog eens drie prostituees vermoordde.

Van Eijk wil zich, zegt hij, verantwoorden en verontschuldigen voor het leed dat hij anderen heeft aangedaan. En hij wil de psychiaters, de peuten ter verantwoording roepen. Zij hebben niet geluisterd, niks gedaan en als ze al iets deden, was het verkeerd. Sytze van der Zee gaat in op het voorstel. Natuurlijk, welke journalist zou dat niet doen. Hij is, schrijft hij, geïntrigeerd door de mens die het absolute, ultieme kwaad belichaamt. Wat gaat er in zijn hoofd om? Zou hij berouw hebben, mededogen, spijt?

Van Eijk lijkt een klassieke psychopaat, zo een die in zijn jeugd al kleine eendjes doodtrapt, die jat en liegt. Lezen en schrijven kan hij niet, maar dat betekent niet dat hij dom is. Over de eerste moorden wil hij wel vertellen. Dat hij er altijd al van droomde een vrouw open te snijden om in haar binnenste te voelen. Over de drie prostituees is hij minder spraakzaam. Om onder levenslange gevangenisstraf uit te komen, wil hij het in zijn hoger beroep gooien op ‘tijdelijke dissociatie’. Een populaire aandoening onder moordenaars, omdat er dan geen sprake is van voorbedachten rade (en dus moord) maar van opwelling (doodslag).

Van Eijk is een kankerpit. Boos, verongelijkt, protesterend tegen elk onrecht dat hem wordt aangedaan. Van der Zee ergert zich leesbaar, maar geeft hem, voor een deel, gelijk. Hij beschrijft hoe het kon dat Van Eijk werd vrijgelaten uit de tbs-kliniek, ondanks waarschuwingen van psychiaters dat de man levensgevaarlijk is. Van der Zee laat ook zien dat hij, na de moord op de eerste prostituee, hulp zocht, maar niet kreeg.

In het hoofd van Van Eijk kijken, lukt niet. Dat kan ook niet, daarvoor is de man te gestoord. Contact met hem maken, lukt zolang Van Eijk denkt dat Van der Zee hem van nut is. Tot hij concludeert dat Van der Zee zijn eigen, journalistieke werk doet. Van der Zee praat ook met zijn behandelaars, zijn vroegere buren, zijn ex-vrouw Adri. Van Eijk beëindigt de gesprekken. En het vismaatje hoeft hij ook nooit meer te zien.