Amerikaans gevechtsvliegtuig als banenmotor

De regering tekende gisteren de overeenkomst die de Nederlandse industrie aan opdrachten voor de Joint Strike Fighter moet helpen. De straaljager moet voor hoogwaardige banen zorgen.

Slechts twee dagen eerder zijn ze allemaal opgetrommeld, de managers van de Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die opdrachten hebben ontvangen – of nog hopen te ontvangen – voor de productie van de Joint Strike Fighter (JSF). Maar ze zijn in groten getale gekomen om champagne te drinken op het ministerie van Economische Zaken.

Daar ondertekende staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken gisteren met programmadirecteur Tom Burbage van de Amerikaanse hoofdproducent Lockheed Martin drie intentieverklaringen, waarin omschreven staat op welke orders de Nederlandse industrie kans maakt. Toen Nederland zich in 2002 bij het project aansloot, werd uitgegaan van een totale omzet van 8 miljard dollar (6,2 miljard euro) over de gehele levensduur van het programma.

Volgens Van Gennip staat de teller op 720 miljoen dollar, maar „zullen de miljarden nu gaan komen”. De Nederlandse bedrijven moeten daarvoor wel op prijs en kwaliteit concurreren met bedrijven uit de andere partnerlanden. De overeenkomsten, waarvan de inhoud geheim blijft, bevatten geen garanties.

Toch was dit een feestje voor het Nederlandse luchtvaartcluster, dat is ontstaan nadat vliegtuigfabrikant Fokker in 1995 failliet was gegaan. Naast het grote industriële concern Stork, dat delen van de failliete boedel van Fokker in 1996 overnam, bestaat dat uit veel kleine bedrijven. „Vraag hier in de zaal iedereen die bij Fokker heeft gewerkt om zijn vinger op te steken, en bijna alle vingers gaan de lucht in”, grapt een van de aanwezigen.

Ze zijn opgelucht dat het kabinet-Balkenende nog voor de verkiezingen handtekeningen zet onder de verdragen met de Amerikanen om te blijven participeren in het JSF-programma. De linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP zeggen in hun verkiezingsprogramma dat ze zich uit het kostbare straaljagerproject willen terugtrekken. „De PvdA moet nu toch inzien dat het point of no return is bereikt”, zegt Rob de Wit, manager bij voormalige Philips-dochter Dutch Aero. „Alleen als de SP in de regering komt, wordt het misschien nog een ander verhaal.” Zijn bedrijf, voor 70 procent in handen van het Italiaanse Avio, maakt onderdelen voor een van de twee motoren die ontwikkeld worden voor de JSF. In de ontwikkelfase is de opdracht goed voor circa 18 miljoen dollar. „Als wij ons tot 2009 aan alle deadlines houden, kan de vervolgopdracht ons niet meer ontgaan.”

Bij ATS uit Almelo, dat mallen maakt voor deuren van de JSF, zijn ze ook blij dat Nederland bij de straaljager betrokken blijft. „Onze andere opdrachtgever is Airbus. Al het werk aan de A380 ligt nu door de problemen stil en de A350 is uitgesteld. We hebben het werk aan de JSF echt nodig om mensen aan het werk te houden”, zegt directeur Ruud Kleinendorst. Bij zijn bedrijf werken vijftig man.

Zijn bedrijf kreeg in 2003 al een opdracht direct van Lockheed Martin. Pas vorig jaar kwam daar een opdracht van Stork bij. Stork is verreweg de belangrijkste Nederlandse onderaannemer. Tot dusverre heeft het voor ruim 500 miljoen dollar aan opdrachten gekregen, die uitzicht bieden op een totale omzet van 3 tot 4 miljard. Om de overheidsinvestering van 800 miljoen niet te laten uitmonden in een subsidie aan Stork, heeft de overheid er steeds bij Stork op aangedrongen dat het werk uitbesteedt aan andere Nederlandse bedrijven. „Dat begint nu op gang te komen”, zei Kleinendorst. „Wij hebben weer twee machinebouwers in Twente betrokken bij ons werk. Ik noem het al de Twente Triangle.”

Directeur Dick Alta van Aeronomics, een afsplitsing van Urenco, kan door met het verwerven van een opdracht voor zijn bedrijf van onderaannemer Honeywell. „Als we die opdracht krijgen, zal de omzet van ons bedrijf met 60 tot 80 procent toenemen. We hebben nu 55 man in dienst en dat zullen er meer worden.”

Ook gedeputeerde Maria le Roy van Zeeland loopt opgetogen rond. „Wij zijn met kennisinstellingen en kleine bedrijven uit Zeeland en West-Brabant in de JSF-fabriek in Fort Worth geweest. Wij willen graag ‘Maintenance Valley’ worden. Dat is goed voor de werkgelegenheid en de innovatie in de regio. Bovendien kunnen we met een straaljagerproject meer jongeren overhalen een technische studie te doen”, denkt zij. Haar partij? De PvdA. „Natuurlijk heb ik discussie met onze Kamerleden. Maar ze laten ons de vrijheid om op te komen voor onze regio.”