‘150.000 doden in Irak’

In totaal zijn in Irak sinds het begin van de oorlog in maart 2003 150.000 burgers als gevolg van geweld om het leven gekomen. Dat zei gisteren de Iraakse minister van Gezondheid tijdens een bezoek aan Wenen. Dat is drie keer zoveel als het geschatte aantal dat de Iraakse en Amerikaanse autoriteiten tot dusverre aanhouden. Vorige maand publiceerde het Britse medische blad The Lancet een studie die aangaf dat mogelijk 655.000 Irakezen zijn gestorven als gevolg van de oorlog, maar de werkwijze – op basis van interviews met burgers en niet op basis van tellingen – is omstreden.

Minister van Gezondheid Ali al-Shemari zei dat hij zijn cijfer baseert op een schatting dat dagelijks 100 lijken in lijkenhuizen en ziekenhuizen in Irak worden afgeleverd. Hij gaf sunnitische rebellen, sunnitische extremisten en criminele bendes de schuld. Shemari is zelf een aanhanger van de radicale shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, wiens militie wordt beschuldigd van moordpartijen onder sunnieten.

Een woordvoerder van een andere machtige shi’itische partij, de Hoogste Raad voor de Islamitische Revolutie in Iran (SCIRI), bevestigde Shemari’s dodencijfer maar zei dat ook politiemannen zijn meegeteld.

De directeur van het grootste lijkenhuis van Bagdad, dr. Abdul-Razzaq al-Obaidi, zei gisteren dat alleen in zijn faciliteit elke dag 60 geweldsslachtoffers worden binnengebracht. Hij wees erop dat in ziekenhuizen ook lijken worden binnengebracht en dat mensen vaak ook dode familieleden meenemen van de plaats van aanslagen om hen, in overeenstemming met islamitische gewoonte, snel te begraven. (AP)