Zoet van André Manuel met bittere bijsmaak

Voorstelling: Burger, door André Manuel. Regie: Pieter Bouwman. Tournee t/m 25/5. Inl. 071-5133985, www.maneman.nl

André Manuel heeft zijn toneel versierd met slingers en draagt een feestmuts boven zijn clowneske kostuum. „Zullen we een feestje gaan maken?” vraagt hij het publiek met een valse grijns die de rest van de avond voortdurend terugkeert. Na de negen eerdere programma's die hij in de afgelopen zeventien jaar maakte, moet het maar eens afgelopen zijn met dat negativisme van de vroegere Manuel, zegt hij. En dan, vast en zeker naar het voorbeeld van Jan Peter Balkenende: „Vandaag is het tijd voor het zoet”.

Natuurlijk is Manuel in zijn tiende programma niet wezenlijk anders dan voorheen. De positieve grondhouding die hij suggereert, is niet meer dan een nieuwe vorm voor de inhoud die hij al jarenlang te bieden heeft. Nog steeds maakt hij grimmige grappen over alles wat de tijdgeest typeert. Maar meer souplesse vertoont hij wel. Zijn motoriek doet soms zelfs denken aan Freek de Jonge op zijn best, net als zijn terugkerende tussenwerpsels („ja, ik heb u een vrolijke avond beloofd”). Bovendien stelt het opgelegde positivisme hem in staat om die grappen, meer dan voorheen, een eigen stijl te geven. Hij begint over pedofilie of moslimfundamentalisme – liefst zo macaber mogelijk – en zoekt dan consequent de zonzijde in zo’n onderwerp. Met een doorberedeneerde logica die komische drogredeneringen voortbrengt. En soms ook redeneringen waar niets tegenin te brengen is. Zoals de stelling dat ongelovigen niet geloven in religieus geweld.

Aan scherpte heeft Manuel intussen niets verloren, integendeel. Hij stelt bijvoorbeeld vast dat Turkije zo’n moeite heeft met het erkennen van de massamoord op de Armeniërs en zegt dan: „Ze willen toch bij Europa horen? Nou, dan hoort een kleine genocide erbij.” Zelfs de ongemakkelijke stiltes die hij nog altijd laat vallen, lijken nu beter op hun plaats te zijn. Niet alles is om te lachen, ook niet in deze tijd van het zoet.