Zekerheid sneuvelt in Washington

Vice-president Cheney en Rumsfeld zetten samen Bush’ beleid naar hun hand.

Zal Cheney de volgende sta-in-de-weg blijken?

Vorig najaar kocht vice-president Dick Cheney een nieuw huis aan het water van Chesapeake Bay, in Maryland. De details werden in alle kranten beschreven: een zwembad van 300 are, recent aangelegde vloerverwarming in keuken en woonkamer, een karakteristieke blauweregen in de voortuin. De ‘veep’, zoals Amerikanen hun vice-president noemen, voerde scherpe onderhandelingen: de vraagprijs was 3,1 miljoen dollar, hij betaalde 2,7.

Dat hij het huis in Saint Michaels wilde hebben was geen verrassing: een paar kapitale panden verderop woont zijn beste vriend, Donald Rumsfeld, tot gisteren minister van Defensie in het kabinet van president George W. Bush. Cheney en ‘Rummy’ – zo is zijn bijnaam – lijken weinig gemeen te hebben: Cheney laat zich door het dorp rondrijden in een zwarte SUV, Rummy scheurt rond in zijn eigen Volkswagen Jetta. Maar in de regering waren de twee mannen bloedbroeders.

Bedreven in de finesses van de bureaucratie – ze kennen elkaar al sinds jaren – zetten zij het veiligheidsbeleid van Bush naar hun hand. De assertieve nadruk op Amerikaans eigenbelang, de reactie op de aanslagen van ‘11 september’, de aanval op Saddam, de aanpak van terreurverdachten, het negeren van het Congres: het was hun werk. Ook in het kabinet kwam niemand ertussen. „Wij konden alleen toezien hoe de veep en Rummy alle grote beslissingen naar zich toe trokken”, zei later Lawrence Wilkerson, in de eerste termijn stafchef van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell.

Gisteren kwam een even abrupt als logisch einde aan de samenwerking van de twee. Na twaalf jaar heroverden de Democraten dinsdag bij Congresverkiezingen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Ook de Senaat, begin vorige maand nog beschouwd als een onneembare Republikeinse vesting, komt vrijwel zeker in Democratische handen.

De uitslag was een afstraffing voor het belangrijkste project waarover Rumsfeld de regie had – de oorlog in Irak. Hij lag de laatste maand weer onder vuur. In een nieuw boek, State of Denial, beschreef journalist Bob Woodward hem als een dominante eigenheimer die feiten negeerde om zijn agenda door te drukken. Rumsfeld wilde, net als Bush, een leger dat strijd levert op basis van technologische suprematie, niet een overmacht van troepen. Het Irak-project groeide in veler ogen uit tot bewijs van zijn ongelijk: sinds de val van Saddam kwamen de Amerikanen permanent militairen tekort in Irak waardoor de situatie verder afgleed – en het land terechtkwam in een burgeroorlog.

Rumsfeld weigerde deze werkelijkheid onder ogen te komen, zeggen zijn critici. Militairen hadden alle vertrouwen in hem verloren: nog dit weekeinde eiste de Army Times zijn ontslag. Met licht overslaande stem benadrukte Rumsfeld gisteravond aan de zijde van Bush dat „de nieuwe oorlog [tegen terreur] helaas slecht wordt begrepen”. De Democraten zijn als nieuwe meerderheidspartij van plan de erfenis van Rumsfeld de komende tijd te onderzoeken. De aandacht zal zich niet beperken tot de militair-strategische aanpak in Irak. Ook mogelijke manipulatie van vertrouwelijke inlichtingen voorafgaande aan de invasie en de gunning van onderhandse miljardencontracten van Defensie aan Halliburton – het bedrijf dat Cheney eerder leidde – zullen door de Democraten uitgediept worden, zeiden ze.

Rumsfelds vertrek maakt voor Bush de weg vrij om, zoals hij gisteren zei, met de Democraten naar een oplossing voor Irak te zoeken. Duidelijk is dat de bevolking genoeg van de oorlog heeft: uit een schaduwpeiling op verkiezingsdag bleek dat 56 procent een volledige terugtrekking van de troepen wil. Maar de Democraten gaan niet zover. Zij voerden campagne voor „verandering” van de oorlog, niet de beëindiging. Ze hebben nu zeggenschap over het budget van de oorlog, maar leider Nancy Pelosi zegt dat ze dit machtsmiddel, waarmee destijds de oorlog in Vietnam werd beëindigd, ongemoeid zal laten.

Als vehikel voor een gezamenlijke aanpak gaat de Irak Studie Groep dienen, een commissie politici en deskundigen van beide partijen die al bezig is een oplossing voor de oorlog te zoeken. De groep onder leiding van oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker rapporteert in december. Het ziet ernaar uit dat hij heilige huisjes zal laten sneuvelen. Hij heeft nooit veel opgehad met het idee van het ‘verspreiden van democratie in het Midden-Oosten’. Het zal Bush voor een van de zwaarste keuzes uit zijn presidentschap stellen: toegeven dat het Irak-project op een fundamenteel misverstand berustte, of op eigen houtje de ingezette koers handhaven, ook al vervreemdt hij zich steeds verder van het land?

Deskundigen zeggen dat hij eigenlijk geen keuze meer heeft. Wayne Wright, een kleine dertig jaar Irak-deskundige op het State Department en adviseur van de Irak Studie Groep, vertelde deze krant onlangs dat het nieuws uit Irak het komende jaar alleen maar slechter zal worden, zodat de steun voor de oorlog vanzelf verder zal verschrompelen.

De squashzaal van het Pentagon zal tijdens de lunch voortaan een andere aanblik geven. Rumsfeld (74) speelde er bijna dagelijks een potje. Het is waarschijnlijk dat in Washington de komende tijd meer zekerheden zullen sneuvelen. Vanzelf zal de vraag rijzen of na Rumsfeld niet ook Cheney een sta-in-de-weg is voor de nieuwe politieke realiteit van samenwerking en gedwongen Republikeinse bescheidenheid. Hetzelfde geldt voor Bush’ politieke strateeg Karl Rove. Nu Amerika sinds deze week geen eenpartijstaat meer is, zullen de Democraten deze mannen weten te vinden – en het is bijna niet voor te stellen dat zij de vele aanvallen die gaan komen, schadeloos zullen overleven.