Weg met de speciale minister voor Integratie

Integratie kan niet van bovenaf worden opgelegd. Sociale processen hebben hun eigen dynamiek. Overheidsbeleid frustreert dat proces, meentFrans Verhagen.

Geef minister Verdonk krediet voor één groot succes: ze heeft onomstotelijk aangetoond dat we beter af zijn zonder een minister voor Integratie. De samenstellers van het volgende kabinet doen er goed aanlering te trekken uit de ervaring van de afgelopen vier jaar en deze post op te heffen.

Het is verleidelijk om de feilen van minister Verdonk te koppelen aan haar persoon. Ontegenzeggelijk heeft haar bruuske optreden en haar voorkeur voor confrontatie ertoe bijgedragen dat de minister in vier jaar bijzonder weinig heeft bereikt.

Maar het is te gemakkelijk om dat allemaal aan Verdonk te wijten. Uiteindelijk waren het de regeringspartijen die haar met die onmogelijke taak hebben opgezadeld. Voor mij is duidelijk dat zolang er een minister is met integratie in zijn of haar portefeuille, dit onderwerp gepolitiseerd zal blijven. Zo’n minister zal altijd willen laten zien dat zij of hij ertoe doet. De afgelopen weken heeft Verdonk proberen te scoren met het afnemen van subsidies van te etnische voetbalclubs, een verbod op burqa’s en de uitspraak inzake het afschaffen van de Commissie Gelijke Behandeling.

Verdonks obsessieve aandacht voor het geven van handen als ultieme vorm van beschaving, wat u er ook van mag denken, geeft aan hoe contraproductief de minister is geworden.

Daarom: weg met de speciale minister voor Integratie. Maar het zou goed zijn als de samenstellers van het volgende kabinet nog een stap verder gaan. Ze moeten niet alleen deze ministerspost opheffen maar ook het integratiebeleid als zodanig afschaffen.

Is de integratie dan voltooid? Is integratie geen probleem meer? Je zou het haast denken als je het gebrek aan interesse van de grote partijen met betrekking tot dit onderwerp ziet. Het is geen toeval dat alleen gevaarlijke stemmingmakers als Geert Wilders en op de rand van de afgrond balancerende politici als Alexander Pechtold het onderwerp aanroeren. Wouter Bos stelde het pas aan de orde toen hij op andere onderwerpen bot ving. En minister Verdonk horen we alleen maar als ze ingezet wordt om de afkalvende VVD een steuntje in de rug te geven.

Ik zou niet willen betogen dat we klaar zijn, dat het allemaal koek en ei is en dat we met de armen over elkaar kunnen gaan zitten. Verre van dat. Maar de ervaring van andere immigratielanden met een veel langere geschiedenis van nieuwkomers dan wij leert dat sociale processen hun eigen dynamiek en hun eigen snelheid hebben. Zowel de nieuwkomers als de ontvangende samenleving vinden hun eigen modus om met de veranderde omstandigheden om te gaan.

Ik heb de ervaringen bestudeerd van de Verenigde Staten, nog steeds hét ultieme voorbeeld van een succesvol immigratieland, maar voor landen als Canada en Australië geldt hetzelfde als voor ons: overheidsbeleid kan deze processen niet versnellen. Sterker, overheidsbeleid kan veel schade aanrichten door deze natuurlijke processen te onderbreken of te frustreren.

Zo lijkt er meer en meer eensgezindheid te bestaan over de vaststelling dat de verzorgingsstaat eerder een hinderpaal is geweest voor immigranten en hun nakomelingen dan een hulpmiddel. De landen die een beroep doen op de zelfwerkzaamheid en het initiatief van nieuwkomers maken bij hen ook het meeste los.

Minister Verdonk verklaarde enige weken geleden dat een van haar grote successen was dat ze twee jaar geleden het kabinet heeft overgehaald toch te erkennen dat Nederland een immigratieland is. Fantastisch. Beter laat dan nooit. Trek daar nu ook de consequenties uit. We zijn een ontvangende samenleving. Dat zal ons veranderen. Dat kunnen we niet leuk vinden, maar het is niet anders. Er wordt een beroep gedaan op onze eigen dynamische vaardigheden, niet alleen van die van de Nederlanders met een immigrantengeschiedenis.

Het is doodzonde dat we het woord multicultureel niet meer mogen gebruiken, want dat is wat Nederland al eeuwenlang is. Van de Portugese joden tot de Hugenoten, van de katholieken in het zuiden tot de protestanten in het noorden, van de Tukkers tot de Friezen, van de Zeeuwen tot de Limburgers: onder de grote paraplu van het Nederlanderschap waren we altijd al heel verschillend. Gelukkig maar. We moeten multicultureel blijven en ervan genieten.

Wat niet nodig is, is een integratiebeleid met alle geneuzel en kleinzielig gekissebis eromheen, maar beleid dat integreert. Nederland is één land met veel culturen. Maar alle Nederlanders kunnen worden aangesproken op hun burgerschap en kunnen van Nederland dezelfde rechten verwachten als andere burgers. Voor zover er beleid gevoerd moet worden, moet dat beleid op burgers gericht zijn. Niet op doelgroepen, etnische groepen of verschillende geloven. Ruil integratiebeleid in voor een beleid dat integreert.

Het beleid van minister Verdonk verdeelde vooral. Dit is onvermijdelijk als een minister wordt ingezet op een terrein waarvoor speciaal beleid bedacht moet worden – juist omdat het blijkbaar niet vanzelf spreekt dat álle beleid integreert.

De oppositie grijpt deze verkiezingscampagne aan om Verdonk de mantel uit te vegen voor wat ze gedaan heeft. Allicht en niet onterecht. Minister Zalm heeft het helemaal fout als hij roept dat het jachtseizoen op minister Verdonk is geopend. Integendeel, we moeten haar juist feliciteren met de door haar gezochte rol van doelwit: zij heeft onomstotelijk aangetoond dat haar post opgedoekt moet worden. Een succes, zo u wilt.

Frans Verhagen is publicist. Zijn boek ‘The American Way. Wat Nederland kan leren van het meest succesvolle immigratieland’ verscheen onlangs bij Nieuw Amsterdam Uitgevers.