Voetballers met olympisch vuur

‘Oude’ voetballers mogen als dispensatiespeler aan de Olympische Spelen meedoen.

Romario dankte zijn contract bij PSV aan een uitblinkersrol in Seoul.

Ruud van Nistelrooy liet als eerste een proefballonnetje op. De gepasseerde spits van het Nederlands elftal was recentelijk te gast op het WK hockey voor vrouwen in Madrid en meldde in de euforie over de titel voor Nederland terloops wel wat te voelen voor deelname aan de Olympische Spelen van 2008 in Peking.

Alsof het een afgesproken een-tweetje was met de speler van Real Madrid, maakte korte tijd later vanuit München ook de veelvuldig door bondscoach Marco van Basten genegeerde Mark van Bommel bekend graag in aanmerking te willen komen voor het olympisch elftal.

En alsof gesneefde internationals hun smart op Olympische Spelen willen delen, stelde deze week ook Clarence Seedorf zich beschikbaar. Hij zei in een televisie-interview te hopen ooit door Van Basten te worden opgeroepen voor een groot toernooi, en als dat niet gebeurt zouden de Spelen een prachtig alternatief zijn.

Vanwaar die plotse interesse voor de Spelen van drie grote Nederlandse voetballers, allen rond de dertig, met ervaring op zowel Europese als wereldkampioenschappen? Is hun ego zozeer gekwetst dat ze via het olympische toernooi hun gram willen halen op de bondscoach? Of worden ze gedreven door zuiver sportieve motieven?

Als het hun gaat om de eer is dat in historisch perspectief een opmerkelijke drijfveer. De Nederlandse voetballers waren het laatst in 1952 in Helsinki op de Olympische Spelen. Al die jaren erna kwalificeerde Nederland zich niet en toonden de voetballers een flauwe belangstelling. De heroïsche tijden van olympische voetballers dateren uit de eerste decennia van de vorige eeuw, toen Nederland drie keer (1908, 1912 en 1920) de bronzen medaille won. Dat waren de jaren van Bok de Korver.

Is het toegestaan dat ‘oude’ voetballers als Van Nistelrooy, Van Bommel en Seedorf aan de Olympische Spelen meedoen? Ja, als een van de drie dispensatiespelers, want het olympische elftal is alleen toegankelijk voor spelers onder 23 jaar. Voor ‘Peking’ moet een voetballer op of na 1 januari 1985 geboren zijn. Aan de leeftijd van dispensatiespelers is geen maximum verbonden.

Maar Nederland is nog niet zeker van deelname. Plaatsing moeten volgend jaar tijdens het EK onder 21 jaar in Nederland zeker worden gesteld.

Dat de voetballers op de Olympische Spelen een leeftijdsbeperking wordt opgelegd, is een maatregel van de wereldvoetbalbond FIFA. Die wil onder geen beding de leeftijdsgrens vrijgeven uit angst voor concurrentie van het eigen wereldkampioenschap.

De dispensatieregel voor maximaal drie van de achttien spelers is een compromis tussen FIFA en het Internationaal Olympisch Comité (IOC), dat na het opheffen van de amateur-regel in de jaren tachtig graag in alle olympische sporten de besten tegen elkaar wil zien uitkomen.

En waar dat wel is gelukt met de basketballers (Michael Jordan, Larry Bird en Magic Johnson), tennissers (Boris Becker, Steffi Graf en Andre Agassi) en ijshockeyers (Wayne Gretzky en Dominik Hasek) behielden de voetballers hun uitzonderingspositie. Hoezeer de vorige IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch ook zijn best heeft gedaan, hij kreeg niet zijn zin van FIFA-voorzitter Sepp Blatter.

Maar van desinteresse onder voetballer is allerminst sprake, want na de Tweede Wereldoorlog heeft een keur aan grote voetballers deelgenomen aan de Spelen.

Romario dankte zijn contract bij PSV aan zijn uitblinkersrol tijdens de Spelen van 1988 in Seoul. Hij won met Brazilië zilver en werd met zeven goals topscorer van het toernooi. In Seoul brak ook de Zambiaan Kalusha door. Hij trok de aandacht van PSV met drie doelpunten in de met 4-0 gewonnen wedstrijd tegen Italië. En Nwankwo Kanu won goud met Nigeria, evenals Barcelona-spits Samuel Eto’o met Kameroen.