Verdient Saddam Hussein de doodstraf?

Als men de doodstraf in alle gevallen principieel afwijst, dus nu ook tegen Saddam Hussein, moet men dat met terugwerkende kracht ook doen m.b.t. de doodvonnissen die na de oorlog (1945) in Nederland en elders in Europa zijn uitgesproken en ten uitvoer gebracht. Die vonnissen zijn nooit ter discussie gesteld en herroepen. Zij werden toen door prominente rechtsgeleerden gerechtvaardigd op grond van het natuurrecht.

In het Europese mensenrechtenverdrag van 1951 is de doodstraf in artikel 2 in bepaalde omstandigheden nog als legitiem erkend. Dat is pas later ongedaan gemaakt. In Nederland is de doodstraf in het militaire strafrecht pas in 1983 afgeschaft als uitvloeisel van de nieuwe grondwet van dat jaar. Als in het hoofdartikel van NRC Handelsblad (6 november) gesteld wordt dat de doodstraf niet past in een rechtsstaat, is Nederland pas sinds 1983 een rechtsstaat. Het doodvonnis tegen Eichmann door de staat Israël, die daartoe formeel niet eens gerechtigd was en tegelijk als aanklager en rechter optrad, is – op enkele uitzonderingen na – nimmer ter discussie gesteld. Wie kan Eichmanns menselijke waardigheid nog erkennen na diens misdaden tegen de menselijkheid en hem als medemens nog aanvaarden, betoogde de Amerikaanse filosofe Hannah Arendt in Eichmann in Jerusalem – a report on the banality of evil (1963). Voor een wrede tiran als Saddam geldt dat evenzeer.

Ik ben zelf in principe tegen de doodstraf, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Dat is ook het standpunt van de Inleiding tot de studie van het Nederlands strafrecht door Hazewinkel-Suringa en voortgezet door J. Remmelink.

In de volledige afschaffing van de doodstraf in onze grondwet van 1983 ziet die Inleiding slechts mooiweerwetgeving. In noodsituaties zal men zich er toch niet aan houden.

Verstandiger was het geweest een uitzondering te maken voor het oorlogsstrafrecht zoals ook is geschied in het Zesde Protocol bij genoemd Europees Verdrag. Ook het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten van 1966 acht de doodstraf toelaatbaar voor de ernstigste misdrijven. Afschaffing van de doodstraf maakt derhalve geen deel uit van de internationale rechtsorde zoals mevrouw Halsema van GroenLinks beweert.

S.W. Couwenberg

Rotterdam