Stammenstrijd verjaagt bewoners Keniaanse sloppenwijk

Koert Lindijer

Duizenden inwoners van de sloppenwijk Mathare in de Keniaanse hoofdstad Nairobi zijn op de vlucht geslagen nadat de afgelopen dagen bij onlusten acht inwoners zijn gedood. De sloppenwijk, één van de meest miserabele van Afrika, is al enkele dagen het toneel van gevechten tussen militante burgerwachten van uiteenlopende stamafkomst.

De orde in Mathare wordt gehandhaafd door militante burgergroepen. De politie durft er niet meer te komen. In Mathare wonen in meerderheid landloze boertjes van de Kikuyu-stam. De gewapende burgergroep die veiligheid verschaft heet Mungiki en de leden zijn louter Kikuyu.

De inwoners moeten betalen voor hun bescherming. Enkele bierbrouwers hielden zich echter niet aan de ongeschreven regels van Mungiki en betaalden smeergeld voor beveiliging aan de politie. Mungiki verbood vervolgens hun werkzaamheden.

Bewoners en brouwers kwamen daar zondag tegen in opstand. De brouwers – geen Kikuyu – riepen de hulp in van een andere burgerwacht, de Taliban, die opereert in wijken waar vooral leden van de Luo-stam leven. Het conflict in Mathare kreeg daarmee een tribale en politieke dimensie. De Kikuyu’s en Luo’s zijn sinds de onafhankelijkheid in 1963 in een competitie om de macht verwikkeld. De belangrijkste oppositieleider en voorman van de Luo, Raila Odinga, onthulde gisteren een complot om hem te vermoorden.

Mungiki is een van de meest bizarre bewegingen in Kenia. De sekte bestaat uit gemarginaliseerde Kikuyu-jongeren, die terug willen naar oude Afrikaanse (lees: Kikuyu) tradities. Zij bidden richting Mount Kenya, het logeeradres van hun God op aarde. De sekte propageert een „actiegodsdienst” om de Kenianen te bevrijden van politieke onderdrukking. De Mungiki’s, veelal voormalige straatkinderen, tonen zich uiterst moedig bij confrontaties met de autoriteiten.

De sekte is bij de wet verboden maar opereert in alle openheid. Spiritueel leider Maina Njenga zit sinds enkele maanden in het gevang omdat de politie een pistool en marihuana in zijn huis zou hebben gevonden. In de gevangenis ontvangt Njenga zijn aanhangers die hem geld brengen en hij kan vrij met zijn mobieltje telefoneren. Voor slechts 100 shilling laten bewakers zich omkopen en geven ze bezoekers vrije toegang.