Sentimenten zijn bijzaak in de sportstad

Rotterdam telt ongeveer vierhonderd sportclubs, waaronder noodlijdende verenigingen. De gemeente schroomt niet in te grijpen. „Fuseren is vaak de enige kans om te overleven.”

Waarom was dat nu zo? Dat een horeca-onderneming wél een jenevertje mag schenken en ook nog eens honderd euro minder hoeft te betalen voor die drankvergunning? Het verbaasde het bestuurslid van JBC Maasstad, en hij was niet de enige bij de jeu de boules-vereniging uit Rotterdam-Noord. „Het is een ouwe-lullensport.” En oudjes mogen graag een glaasje drinken, zoveel wilde hij maar zeggen.

Lucas Bolsius, sportwethouder van Rotterdam, moest het antwoord schuldig blijven. „Zelf drink ik niet, maar we zullen dit onderzoeken”, beloofde de CDA-bewindvoerder in antwoord op een van de vragen die hij gisteravond kreeg voorgeschoteld, bij het derde sportcongres van de ruim vierhonderd sportverenigingen uit de Maasstad.

Rotterdam staat vooral bekend als de stad die de topsport een warm hart toedraagt, met de Stichting Rotterdam Topsport in een voortrekkersrol. Maar helde het beleid de laatste jaren niet wat al te nadrukkelijk over naar de topsport? Leuk en aardig, al die evenementen. Goede promotie voor de stad, dat ook, maar waarom had de zelfbenoemde City of Sports zo weinig oog voor de broze onderbouw: de lokale breedtesport?

Het gemor leidde drie jaar geleden, na een motie van onder anderen Bolsius, tot de oprichting van Rotterdam Sportsupport, een stichting (jaarbudget 800.000 euro) die werd gemodelleerd naar het voorbeeld van de topsportsectie. „Wij ondersteunen, vooral bij lastige karweitjes als de administratie en milieuwetgeving, en praten met de betrokkenen. Net zolang totdat clubs zelf tot het inzicht komen dat het roer om moet”, zegt directeur Gert-Jan Lammens van Sportsupport.

Hulp kunnen clubs onder meer krijgen van een zogeheten ‘verenigingsmanager’, die de lopende zaken ter hand neemt en bij Sportsupport op de loonlijst staat. De twaalf in Rotterdam actieve korfbalclubs maken momenteel gebruik van het aanbod. Wat blijkt? „Ze komen langzaam weer tot leven”, zegt Lammens, die de samenwerkende korfbalclubs dan ook typeert als „een voorbeeld hoe het ook kan en anno 2006 moet”.

Toch zijn het niet louter schouderklopjes die worden uitgedeeld, want de contrasten zijn groot in Rotterdam, met enerzijds florerende en (semi-)professionele bedrijven als hockeyhoofdklasser Rotterdam (2.400 leden, tien fulltime-krachten) en anderzijds langzaam wegkwijnende clubs, vooral in ‘probleemwijken’ in Zuid. Die laatste moeten vrezen. „Fuseren is vaak de enige kans om te overleven”, stelt Lammens.

Vooral het Rotterdamse amateurvoetbal (76 clubs) worstelt met problemen: gebrek aan vrijwilligers, verouderde accommodaties, falende integratie en dalende ledenaantallen. Lammens hoopt het aantal verenigingen de komende jaren terug te brengen tot zestig, want: „Een club met slechts drie seniorenelftallen, maar toch twee velden, heeft geen toekomst.”

Ongeveer 25 miljoen euro heeft de gemeente de komende vier jaar gereserveerd „om het voetbal in de stad te revitaliseren”, in de woorden van wethouder Bolsius. „We zijn bereid te investeren, in de aanleg van kunstgrasvelden, renovatie van bestaande accommodaties en noem maar op, maar we gaan beslist geen geld stoppen in een bodemloze put.”

Of heeft de gemeente de ruimte domweg nodig? En zitten clubs de stedelijke vernieuwing in de weg? Lammens, instemmend: „Maar voor een gewilde locatie vragen we de hoofdprijs, en met de opbrengst herhuisvesten we de levensvatbare clubs elders in de stad.”

Hulpbehoevend zijn ook de amper te exploiteren zwembaden. Rotterdam telt twaalf overdekte bassins. En die kosten de verantwoordelijke deelgemeenten geld. Véél geld, benadrukt Bolsius, tevens portefeuillehouder financiën. „Soms moet er wel tot 190 euro per uur bij, let wel: per uur.”

Een van de zwembaden die mede daarom (opnieuw) moet vrezen voor sluiting is het bad, waar drievoudig olympisch kampioene Rie Mastenbroek ooit haar baantjes trok, het historische Van Maanenbad in Noord. De deelgemeente weigert 3,5 miljoen euro te investeren voor de noodzakelijke renovatie van het sportfondsencomplex, het enige in de stad met buitenbad. Een actiecomité probeert dreigende sloop te voorkomen.

Maar rijksmonument of niet, Bolsius weigert zich te laten leiden door sentimenten. „Met het verleden bepaal je geen toekomst. We doen ons best, maar zoals ik hier vanavond vaker heb gezegd: ik beloof geen gouden bergen.”