Reïntegratie levert een miljard euro op

Reïntegratie loont. De totale opbrengst van de begeleiding om werklozen en arbeidsongeschikten aan het werk te krijgen, is ruim een miljard euro hoger dan de kosten. Dat is de uitkomst van economisch onderzoeksbureau SEO in opdracht van de branchevereniging voor Arbo-diensten en reïntegratiebedrijven, Boaborea.

De kosten van de begeleiding en opleidingstrajecten zijn jaarlijks 0,7 miljard, en het onderzoek komt uit op een totale opbrengst van 1,8 miljard euro. Daarmee is het rendement van de investering zo’n 160 procent. „Een resultaat waar een bestuurder van menige multinational mee thuis kan komen”, zei minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) gisteren bij het in ontvangst nemen van de resultaten.

Dit is de eerste keer dat de branche een dergelijk uitgebreid onderzoek laat doen naar de reïntegratiemarkt. Deze markt werd in 2002 gecreëerd toen de begeleiding van zieken en werklozen naar werk werd weggehaald bij gemeenten en het arbeidsbureau.

De uitkomsten zijn op het eerste gezicht verrassend, omdat reïntegratietrajecten de kans op het krijgen van een baan slechts met enkele procenten vergroten. Dat was de uitkomst van eerdere onderzoeken naar de zogenoemde netto-effectiviteit van reïntegratie.

Het SEO-onderzoek is echter een kosten-batenanalyse waarbij alle maatschappelijke kosten (zoals verdringing van andere werknemers) en baten (zoals productiviteit van mensen die werken in plaats van thuiszitten) over een langere periode worden meegewogen. Dat leidt tot een flinke maatschappelijke opbrengst voor die extra werkenden. Daarbij is nog niet meegerekend dat mensen die werken over het algemeen gelukkiger zijn dan werklozen. Het rendement wordt vooral veroorzaakt door de arbeidsproductie van mensen die aan het werk gaan.

De opbrengst van reïntegratie is het grootst voor zieke werknemers en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Voor bijstandsgerechtigden leveren de trajecten het minst op. Dat zou volgens het onderzoek verbeteren bij een betere timing. Voor deze groep zou de begeleiding meteen moeten beginnen, terwijl mensen met een WW-uitkering pas na 12 maanden begeleiding nodig hebben, in plaats van veel eerder, zoals nu vaak gebeurt.