Oceaan maakt de polen om beurten warm

Er is een nauwe samenhang tussen snelle klimaatveranderingen aan de Noordpool en die aan de Zuidpool. De verklaring kan van niets anders komen dan van veranderingen in de zeestroming in de Atlantische Oceaan. Die bepalen hoeveel warmte er uit zuidelijke wateren in de richting van Groenland wordt gebracht. Gaat er veel van zuid naar noord dan warmt Groenland op, terwijl tegelijk Antarctica afkoelt, en andersom.

Het optreden van dit wipeffect heet in vakkringen de bipolar seesaw. Voor trage klimaatveranderingen, die zich in millennia voltrekken, was het bestaan van het effect al aangetoond. Dat het ook voor korte, snelle veranderingen blijkt te bestaan, geeft belangrijke zekerheid over de rol van de oceanen in klimaatverandering.

Het nieuwe inzicht, vandaag gepubliceerd in Nature, komt van de analyse van een boorkern die door een grote groep onderzoekers van het Europese project EPICA uit het ijs op de Zuidpool is gehaald. Voor Nederland was de Universiteit Utrecht bij het werk betrokken. De kern, met een lengte van 2.500 meter, bevat informatie over temperatuur, wind, en luchtsamenstelling van de laatste 150.000 jaar en is als zodanig niet uitzonderlijk. Er zijn kernen die tot 800.000 jaar terug gaan. Bijzonder is de hoge resolutie: gemiddeld heeft elk jaar 17 millimeter ijs opgeleverd. Dat is twee tot drie keer zoveel als in andere boorkernen.

Daardoor is een precieze vergelijking mogelijk met de historische temperatuurontwikkelingen op Groenland die al evenzeer uit boorkernen zijn afgeleid (aan de hand van het voorkomen van zware zuurstof- en waterstofsoorten).

Ook op een tijdschaal van eeuwen blijken de veranderingen in noord en zuid secuur met elkaar samen te hangen. Precies in tegenfase, zoals bij een echte wip, zijn ze niet, maar de relatie is onmiskenbaar.

Opvallend is verder het overtuigende verband tussen de duur van koudeperiodes op Groenland en de grootte van temperatuurschommelingen aan de Zuidpool. Een extra grote temperatuurstijging op de Zuidpool gaat steeds gepaard met een extra lange koudeperiode op Groenland. De auteurs stellen zich voor dat in die periode het warmtetransport van zuid naar noord grotendeels wegviel, waardoor zich rond de Zuidpool steeds meer warmte in warm water ophoopte en Groenland van de weeromstuit gestaag afkoelde.

Waardoor de noord-zuidstroming in de Atlantische Oceaan in een terugkerend proces steeds wegviel en weer aanzwol, is nog steeds niet helemaal duidelijk. De vrees bestaat dat ook op dit moment de stroming begint weg te vallen.