My Fair Lady

„Ik maak een hertogin van dit bemodderde rioolratje!” bluft de zelfingenomen studeerkamergeleerde Henry Higgins – en daar begint weer het klassieke verhaal van Eliza Doolittle, die wordt klaargestoomd om haar vette volkstaal te verruilen voor de gedistingeerde tongval van de Londense upper class van honderd jaar geleden. De nieuwe Nederlandse versie van de musical My Fair Lady staat in veel opzichten dichter dan ooit bij het originele toneelstuk Pygmalion van George Bernard Shaw. Wat een verademing: weer eens een musical te zien waarin niet zo hoog en hard mogelijk zingen het hoogste doel is, maar de interpretatie van de rollen. Dit is geen theaterspektakel, maar kamermuziek. De songs komen nog logischer voort uit de handeling en het volume is daarom gedempt. Finesse en detaillering staan in de regie van Matt Ryan voorop.

Musicaldebutant Thom Hoffman speelt met veel humor een vlerkerige, maar allengs ontdooiende Higgins. Zijn zangtalent is beperkt, maar zijn zingzeggen illustreert overduidelijk dat bij hem de liefde voor de taal boven alles gaat – ook, aanvankelijk, boven elke andere vorm van liefde. Hij maakt die rol volledig tot de zijne, met een overtuigend soort vanzelfsprekendheid. En hetzelfde geldt voor de ravissant sterke Eliza van Céline Purcell die eerst komisch en daarna diep gekwetst reageert op de pedante houding van haar leermeester. De derde hoofdrol is voor Bob Fosko als haar schuinsmarcherende vader, wiens meezinger Als ik straks de kerk maar haal voor het eerst een wanhopige kant heeft gekregen. Ook de kleinere rollen zijn voortreffelijk bezet, en Seth Gaaikema’s vertaling is onverbeterlijk gebleven.

Tournee t/m 22 juli. Inl. 0900-3005000 & www.musicals.nl