Handen in grotten waren om te tellen

Rotterdam, 9 nov. De 28.000 jaar oude prehistorische handafdrukken in de Franse Grotte Cosquer, bij Marseille, zouden getalsymbolen kunnen zijn. Dat is de conclusie van de Franse onderzoeker André Rouillon in het vaktijdschrift L`anthropologie (oktober/november). Een intrigerend kenmerk van de handafdrukken in prehistorische grotten is dat bij veel afdrukken een of meer vingers ontbreken. Soms wordt dat geïnterpreteerd als verminking (wellicht als initiatierite). In de Grotte Cosquer, zo constateert Rouillon, zijn alle 49 duidelijk identificeerbare handafdrukken `telhanden`: als slechts één vinger te zien is het altijd de duim, bij twee komt de wijsvinger erbij, bij drie de middelvinger, enzovoort - precies zoals nog altijd over de hele wereld op de vingers geteld wordt. Mogelijk moeten de stippen, die ook vaak in prehistorische grotten gezien worden, ook als getallen worden opgevat. Waarnaar de getallen zouden verwijzen is onbekend en ook vrijwel niet meer te achterhalen.