Eerste Chinees op VN-topfunctie

De Chinese Margaret Chan is gekozen tot nieuwe leider van de Wereldgezondheids-organisatie. Binnen de VN wordt China steeds actiever. Machtspolitiek en (enige) transparantie.

Het personeel van de Wereldgezondheidsorganisatie stroomde gisterochtend de hal van het hoofdkantoor in om zijn nieuwe directeur-generaal te feliciteren: Margaret Chan, arts, en de eerste Chinees die ooit voor een topfunctie bij de Verenigde Naties is gekozen.

Dat zo velen daar stonden, was op zich niets bijzonders. Chan werkt al drie jaar bij de WHO en is sinds 2005 als assistent-directeur-generaal belast met de bestrijding van besmettelijke ziektes, waaronder een mogelijke wereldwijde grieppandemie. Ze was de toegankelijke adjunct van de Zuid-Koreaanse WHO-topman Lee Jong-wook, die in mei plotseling overleed. Veel WHO’ers kennen Chan van nabij. Beter nog: velen noemen haar een capabele collega.

Toch was die toeloop in de hal ook opmerkelijk: de verkiezing was namelijk nog niet afgelopen. De 35 landen van de Uitvoerende Raad van de WHO waren nog aan het stemmen in de kelderzaal, achter gesloten deuren: traditiegetrouw mag niemand weten welk land op welke kandidaat stemt.

Maar omdat de roep om transparantie bij selectieprocessen van de VN steeds luider wordt, waren vertegenwoordigers van landen buiten die Raad nu ook binnengelaten, als ‘waarnemers’. Zij hebben weinig belang bij geheimhouding en stuurden tijdens het hele selectieproces, dat maandag begon, via sms’jes de tussenstand door naar buiten. Zo wist het hele gebouw al vóór de laatste stem was uitgebracht dat Chan in de laatste ronde de andere finalist die was overgebleven (van de oorspronkelijke kandidatenlijst van dertien) had verslagen.

Chan (59), een kordate dame die in Hongkong geboren is en in Canada medicijnen studeerde, was door China gekandideerd. Eerder had China eens een promotie van Chan bij de WHO tegengehouden, omdat ze uit Hongkong komt. Maar China wordt steeds actiever bij de VN. En Chan was de beste kandidaat van – min of meer – Chinese origine die er te vinden was. Mede dankzij China’s onvermoeibare toenaderingspolitiek tot Afrika kreeg Chan in elke ronde alle stemmen van de Afrikaanse landen in de Raad.

Chans reputatie is uitstekend. Als directeur Volksgezondheid in Hongkong drukte ze in 2003 de ziekte SARS de kop in, en in 1997 een uitbraak van vogelgriep. Ook over haar korte WHO-carrière zijn experts vol lof: 192 eigenwijze landen voorbereiden op noodmaatregelen bij een mogelijke grieppandemie is geen sinecure. Ze leidt vergaderingen met klare taal en vaste hand. Dat zo iemand ook wereldwijde antipolio- of aidscampagnes kan leiden, wetenschappers kan inspireren tot baanbrekend onderzoek of grote farmaceuten kan overreden om goedkope medicijnen voor arme landen beschikbaar te stellen, is aannemelijk.

Daarom steunden ook Europese landen Chan, zelfs toen er nog een Europeaan in de race was: de niet bijster hoog aangeschreven Spaanse gezondheidsminister Elena Salgado Mendez. In de finale verzamelde Chan meer Europese stemmen dan haar rivaal, de Mexicaanse minister van Gezondheid Julio Frenk, de favoriet van de VS.

Chans overwinning is een opsteker voor China, dat nooit eerder hoog heeft ingezet voor VN-topfuncties. Maar de kans dat Chan straks bij beleidsbeslissingen aan de leiband van Peking loopt, is klein: China is een kleine donor aan de WHO. „Het is perfect zo”, zegt een diplomaat. „Als Chan de Amerikaanse favoriet was geweest, had ik me zorgen gemaakt: die geven de WHO veel geld, en dreigen weleens met financiële represailles als ze hun zin niet krijgen bij besluiten die Amerikaanse bedrijfsbelangen of hun abortusbeleid kunnen doorkruisen.”

Chans benoeming zal vandaag naar verwachting worden bekrachtigd door de minimaal vereiste tweederde van alle landen die zijn aangesloten bij de WHO.