Democraten of niet: de ellende duurt voort

De Democraten hebben een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden behaald.

Het is maar zeer de vraag of de regering-Bush zijn beleid in Irak hierom zal veranderen.

Zoals verwacht zijn de Democraten gisteren ontwaakt met echte politieke macht in het vooruitzicht – voor het eerst in tijden. De vraag dient zich daarmee vanzelf aan: wat moeten ze met die macht doen?

Dat is geenszins een mysterie. Op de agenda van de Democraten staat een reeks wetgevende prioriteiten: stamcelonderzoek, een hoger minimumloon, wijziging van de regels voor studiefinanciering, enzovoort. Alles op die lijst is ontzettend in trek bij het publiek. Maar naast die populariteit hebben de kwesties ook iets anders gemeen: ze gaan alle over nationale zaken.

Feit blijft echter dat de belofte van een hoger minimumloon, hoe populair ook, niet de oorzaak is van de Democratische overwinning. Daar is immers de aanhoudende ramp in Irak verantwoordelijk voor. En aangezien de verkiezingen vooral gingen over Irak, luidt dé politieke vraag voor het nieuwe Congres als volgt: wat gaan – en kunnen – Democraten veranderen aan de situatie in Irak?

Het antwoord ligt opnieuw voor de hand. Het Congres beheert de portemonnee. De oorlog wordt gefinancierd door een reeks aanvullende begrotingsaanvragen. Geconfronteerd met zo’n aanvraag begin 2007 zou de Democratische meerderheid kunnen zeggen: „Over een jaar gaat de kraan dicht.” Als de Democratische partij consistent aanvragen blijft weigeren, kunnen zij de regering een gefaseerde terugtrekking opleggen van de Amerikaanse troepen. Op die manier is er niet per se een wet nodig die opdraagt tot terugtrekking. Blijf de wetten afkeuren die bedoeld zijn om de oorlog te betalen – en je bereikt hetzelfde.

De uitvoering van dat plan leidt tot een politieke ramp, aldus een overweldigende meerderheid. Het dichtdraaien van de geldkraan voor de militairen in Irak zou neerkomen op veronachtzaming van het leger en verraad aan Amerikaanse vrijwilligers. Dus wat er ook gebeurt: deze strategie schiet tekort.

Maar wat blijft er over, zonder dat plan? De Democraten in het Congres zijn zeer slecht toegerust om het beleid een constructieve richting in te duwen. Ongeveer alle andere redelijke exit-strategieën impliceren dat de VS overgaan tot regionale diplomatiek. Maar het Huis van Afgevaardigden kan de president van de Verenigde Staten nu eenmaal niet dwingen om in goed vertrouwen te onderhandelen met Syrië en Iran. Noch kan de voorzitter van het Huis zelf zulke onderhandelingen voeren. Onderhandelingen in goed vertrouwen zijn weggelegd voor de president, en, belangrijker, vereisen ‘goed vertrouwen’, hetgeen met dwang niet kan worden bereikt.

Presidentiële dwalingen, dáár zetten de Democraten dus op in. Onderzoeken, verhoren, dagvaardingen. Wandaden van de regering aan het licht brengen die door de Republikeinse meerderheid werden afgeschermd. Eenmaal verlicht, zo hoopt men, zal de publieke opinie zich nog krachtiger afwenden van de oorlog en zal de regering zich wellicht gedwongen zien zijn beleid te wijzigen.

Misschien wel – maar ik zie het somber in. Het Irak-beleid van de zittende regering „mag dan wel niet populair zijn bij het volk”, verklaarde vice-president Dick Cheney onlangs nog bij ABC News, „het maakt niks uit; we moeten de missie voortzetten en doen hetgeen volgens ons goed is. Dat is precies waar we mee bezig zijn.”

En ook George W. Bush heeft, aldus journalist Bob Woodward, duidelijk gemaakt dat hij de ingeslagen weg in Irak zal blijven volgen, zelfs als alleen Laura Bush en hun hond Barney hem nog steunen. „Het enige verlies”, verklaarde Bush eerder deze maand ten overstaan van enkele conservatieve columnisten, „is terugtrekken.” Bush kan zijn koers aanhouden tot januari 2009. Hij is niet opnieuw verkiesbaar en probeert niet zijn vice-president in het Witte Huis te krijgen.

Wanneer Bush inderdaad doorzet, ongeacht de mate van impopulariteit van het beleid, dan zal dat positief uitpakken voor de Democraten in 2008. Republikeinse presidentskandidaten zullen zich geconfronteerd zien met partijstrubbelingen. Velen zullen zich afkeren van de president om geloofwaardig te blijven voor de grote kiezersschare. Anderen zullen trouw blijven aan Bush maar daardoor in onmin geraken bij gematigde en onafhankelijke kiezers. Als ik Hillary Clinton of Barack Obama of een andere Democraat zou zijn, zou ik dat als een veelbelovende situatie beschouwen.

Maar de situatie in Irak wordt er niet beter door. We lijken gedoemd, links- of rechtsom, tot zeker twee jaar lang zinloos vechten. Twee jaar van geldverspilling, verspilde levens en vooral verspilde tijd. We hebben eigenlijk geen tijd te verliezen. Het is een verschrikkelijk scenario. Het is zelfs een vergiftigd scenario dat de Amerikaanse burgers ertoe heeft aangezet op de Democraten te stemmen. Maar het is geen scenario dat de Democraten kunnen voorkomen.

Matthew Yglesias is redacteur van het liberale tijdschrift The American Prospect. © Agence Global.