De spontane glimlach van een baby blijft

De spontane glimlach van zeer jonge baby’s wordt niet verdrongen door de sociale glimlach die de al wat oudere zuigeling toont. Want die spontane glimlach verdwijnt helemaal niet na twee maanden, al staat dat wel in de belangrijke ontwikkelingspsychologische handboeken. Echt goed onderzocht was het tot nu toe nooit.

Een team van zes Japanse onderzoekers heeft nu één baby vanaf zijn geboorte zes maanden lang iedere dag zoveel mogelijk geobserveerd tijdens zijn slaap, hetgeen ruim 339 uur video opleverde – 7,5 procent van de totale levenstijd. In de slaap kan een glimlach per definitie geen sociale glimlach zijn. De moeder bediende de camera. Volgens de Japanse wetgeving was het niet nodig om toestemming van de ethische commissie te vragen, schrijven de onderzoekers onder leiding van Kiyobumi Kawakami (Heilig Hart Universiteit, Tokio) in hun artikel dat binnenkort verschijnt in Infant Behavior & Development.

Alle opnamen zijn nauwkeurig geanalyseerd. Het joch bleek gewoon door te gaan met spontane glimlachjes, lang nadat het volgens de handboeken al afgelopen had moeten zijn. Zijn eerste spontane glimlach verscheen op zijn negende levensdag. In totaal werden er 565 geregistreerd, die gemiddeld tweeënhalve seconde duurden. Week twintig was een topweek, met 56 spontane glimlachjes. Maar in week 26 waren er ook 24 in beeld. Twee keer was er een ware uitbarsting van glimlachjes, meer dan zeven binnen zeven minuten. De sociale glimlachjes werden in dit onderzoek niet geregistreerd, maar dat deze vanaf de tweede maand voorkomen, staat wel vast. Als de sociale glimlach en de spontane glimlach dus zo lang samen voorkomen, kan de een niet uit de ander voortkomen.

Kawakami en zijn collega’s constateerden ook dat vanaf de tweede maand de dubbelzijdige glimlachjes (beide mondhoeken omhoog) duidelijk toenamen, van 60 procent in de derde maand tot 80 procent in de zesde maand. Een duidelijke aanwijzing voor betere motorische beheersing door het baby-brein, schrijven ze.