De Chinese gorilla

1.000.000.000.000 dollar, ofwel een biljoen of, misschien beter behapbaar, duizend miljard. Dat is ongeveer de huidige stand van de deviezenreserves in China. Een hardnekkig, nog stijgend handelsoverschot, dat gisteren een record bleek te hebben bereikt van 23,8 miljard dollar over de maand oktober, en een voorturende instroom van buitenlandse investeringen zorgen ervoor dat de reserves de pan uitrijzen. China is Japan in dit opzicht allang voorbij, en is nu goed voor 22 procent van de wereldwijde officiële reserves. Er zijn economen die rekening houden met een overschot op de Chinese betalingsbalans van een kwart biljoen dollar in 2006. Dat betekent dat de geldberg versneld verder groeit.

China’s opkomst verstoort de balans in de wereldeconomie, en in toenemende mate ook de wereldpolitiek. De beslissing om de koers van de eigen munt, de yuan, laag te houden ten opzichte van de andere wereldmunten is potentieel desastreus voor de binnenlandse economie. Om de opwaartse druk op de yuan te beteugelen, moet het land maatregelen nemen die er op neerkomen dat de binnenlandse geldgroei gelijke pas houdt met de instroom van buitenlandse valuta’s. Dat vergt een ongebreidelde groei van de binnenlandse kredietverlening, ondanks officieel aangekondigde tegenmaatregelen, die uiteindelijk dreigt uit te lopen op een vloed aan slechte leningen. Denk aan vastgoedfinanciering en het overeind houden van onrendabele bedrijven, en denk daarna aan Japan in de jaren tachtig.

China moet groeien, al was het maar om de ontvolking van het platteland het hoofd te bieden met een gelijk oplopende banengroei in de steden. Maar naarmate de economie zwelt, neemt ook de omvang toe van de voetafdruk die het land achterlaat op de rest van de wereld. Dat raakt aan onderwerpen als milieuvervuiling en het verbruik van natuurlijke hulpbronnen. Vorig weekeinde maakten veertig Afrikaanse staatshoofden hun opwachting in Peking, om te vertrekken met de toezegging van hulp en miljardenleningen. Voornaamste doel was het Afrikaanse continent te ontsluiten voor de leverantie van grondstoffen aan China. Angola onttroonde Saoedi-Arabië dit jaar als China’s grootste olieleverancier.

De irritaties in het Westen lopen op. China’s Afrikaanse kredieten doorkruisen het moeizame beleid van schuldsanering in die regio. Het doet onbekommerd zaken met Soedan, het draagt via zijn ongebreidelde exportstrategie bij aan de scheefgroei in de wereldeconomie. Geen land kan het streven naar welvaartsgroei worden ontzegd, en laatkomers in de wereldeconomie kan milieuvervuiling en het verbruiken van hulpbronnen niet even hard worden aangewreven als de westerse landen die het probleem als eerste hebben veroorzaakt. Maar een moreel gelijk telt zelden in de wereldpolitiek. Nu de Democraten hun invloed hebben heroverd in Washington, zal China door de VS harder tegemoet worden getreden. Het land zal zich hoe dan ook moeten aanpassen.

Het aanmoedigen van de binnenlandse consumptie, het sneller vrijgeven van de wisselkoers en aansluiting bij de internationale consensus over ontwikkelingssamenwerking zijn slechts drie suggesties. Wie een grote speler wordt op het wereldtoneel, zal zich daar ook naar moeten gedragen. Noblesse oblige. Dat geldt ook voor China.