De advocaat van de duivel

Curtis Doebbler is advocaat van Saddam Hussein, die zondag de doodstraf kreeg.

‘Het beroep is zinloos’.

„Wij advocaten kunnen nooit vertrouwelijk met Saddam Hussein praten. Er zitten altijd Amerikanen bij, we worden gefilmd. Als ik hem een document wil geven, maakt een Amerikaan er eerst een kopie van. Zijn detentie is onder Amerikaanse controle. Net als het proces.”

Curtis Doebbler (1961) is één van de circa twintig advocaten die de voormalige Iraakse president verdedigen – zowel in het proces waarvoor Saddam zondag de doodstraf kreeg, als in het proces over de moord op tienduizenden Iraakse Koerden in 1987 en 1988.

Meteen na het vonnis, toen de Amerikaanse president Bush en de Britse premier Blair hun tevredenheid over het proces uitspraken, reisde Doebbler naar Genève om bij de Verenigde Naties „de illegaliteit van de rechtsgang” aan te klagen. Doebbler, die de Amerikaanse én Nederlandse nationaliteit heeft (hij studeerde aan de universiteit van Nijmegen), is bitter en principieel.

Hij noemt Saddam consequent „de president”. Op zaken die Saddam op zijn kerfstok heeft, gaat hij niet in. „Ik verdedig de president omdat ieder mens, wat hij ook gedaan heeft, een eerlijk proces verdient”, zegt hij. „De mensenrechten, vastgelegd in internationale verdragen, moeten worden gerespecteerd. De meeste advocaten in dit proces toetsen alleen de Iraakse aspecten van de zaak. Iemand moet het internationale deel voor zijn rekening nemen, temeer omdat de rechtsgang geheel door de Amerikanen is georkestreerd.”

Volgens Doebbler, die begin 2004 door Saddams familie werd gevraagd, zijn de rechters volgens de Iraakse wet niet bevoegd om over genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te oordelen. Ook werden de rechters op politieke gronden benoemd, zegt hij. „Halverwege zijn drie rechters ontslagen omdat ze niet kritisch genoeg waren over de president. Eén rechter zei tijdens een zitting dat hij de doodstraf verdiende: hoezo onpartijdig?”

Saddam mocht pas eind 2005, twee jaar na zijn arrestatie, met advocaten praten. Tijdens het proces, zegt Doebbler, werd Saddams advocaten het recht ontzegd om feiten en documenten op authenticiteit te controleren. „Zo was een bakstenen muurtje op zeker moment van belang. Normaliter mag de verdediging zoiets controleren. Maar wij mochten er niet heen. De enige die dingen verifieerde, was iemand van Justitie, waar sunnieten waren weggezuiverd. Óns bewijsmateriaal werd afgewezen. Getuigen die wíj opriepen, werden opgesloten. Wij werden bedreigd; vier advocaten zijn vermoord. Al onze protesten zijn genegeerd.”

Sommigen noemen Doebbler maniakaal. Hij zou een politieke agenda hebben. Feit is wel dat een VN-mensenrechtenwerkgroep, Amnesty International en Human Rights Watch het proces ook oneerlijk hebben genoemd. Gisteren sloot Manfred Nowak, een van de meest gerespecteerde VN-mensenrechtenrapporteurs, zich daarbij aan. Saddam kreeg volgens hem niet „de garanties van onafhankelijkheid die je van een rechtbank mag verwachten die iemand als Saddam berecht”. Het zou beter zijn geweest, zei Nowak, hem voor een internationaal tribunaal te berechten, dat géén doodstraffen uitdeelt.

Het vonnis tegen Saddam gaat nu automatisch naar de beroepskamer van de rechtbank voor een laatste toetsing, of de verdediging nu beroep aantekent of niet. Doebbler zegt cynisch: „Alles aan deze rechtbank is illegaal. Waarom zou de beroepsprocedure dat niet zijn? Beroep is zinloos.”