Boekhouders en vluchtelingen toen en nu

Kinderboekenschrijfster Martine Letterie schreef een jeugdroman over de Kristallnacht, die vandaag wordt herdacht. Niet-joodse Nederlanders komen er niet goed vanaf.

M. Letterie Foto Mark Sassen Sassen, Mark

In de nacht van 9 op 10 november in het jaar 1938 sloegen nazi’s honderden winkels van joden in Duitsland kort en klein. Duizenden werden opgepakt of afgetuigd. Synagogen werden in brand gestoken. Na deze ‘Reichskristallnacht’ sloegen Duitse joden massaal op de vlucht. Ze kwamen onder meer terecht in opvangkamp Westerbork in Nederland.

„Ik had aanvankelijk het idee dat Nederland de joodse vluchtelingen wel sympathiek behandelde. In werkelijkheid was de aanpak schokkend”, vertelt kinderboekschrijfster Martine Letterie. Letterie schreef over de joodse vluchtelingen in Nederland Scherven in de nacht, waarvan vandaag het eerste exemplaar wordt overhandigd bij de herdenking van de Kristallnacht in Kamp Westerbork. Het boek staat vol wrange feiten: Nederland liet maar weinig vluchtelingen toe en liet de joodse gemeenschap opdraaien voor de kosten van het kamp.

In Scherven in de nacht vluchten twee joodse jongens na de Kristallnacht naar Nederland, waar zij te werk worden gesteld in Westerbork. Het relaas is mede geïnspireerd door een autobiografisch boek van overlevende Fred Schwarz. „Dat boek bevat veel details over de begintijd van Westerbork, waarover veel minder bekend is dan over de tijd dat het een doorgangskamp was, vanaf 1942”, zegt Letterie.

Jacob en David kruisen het pad van het meisje Mieke, de dochter van de boekhouder van het kamp. Mieke ontdekt geleidelijk de waarheid over het lot van de vluchtelingen. „Mieke is gemodelleerd naar de blijmoedige hoofdpersonen van de meisjesboeken van Sanne van Havelte, die ik vroeger las”, zegt Letterie. „Haar zorgeloze leven contrasteert met het onvrije en onzekere leven van de jongens, die zonder hun ouders zijn.”

Het personage Mieke doordringt lezers van de onverschilligheid van niet-joodse Nederlanders. „De meeste Nederlanders stonden aan de kant”, zegt Letterie: „Naar mijn gevoel gebeurt dat nu opnieuw met vluchtelingen in ons land.” Het vluchtelingenkamp werd niet op de Veluwe gebouwd na protest van koningin Wilhelmina en de ANWB. „Zoals mensen nu geen asielzoekerscentrum in de buurt willen.”

Scherven in de nacht past in het groeiende aantal jeugdboeken waarin de rol van Nederlanders in de oorlog kritisch wordt belicht. „We verliezen onze onschuld. Dat begon met Oorlogswinter van Jan Terlouw, met daarin de eerste goede Duitser, ” zegt Letterie. Deze andere blik op het verleden schrijft ze toe aan de ‘tijdgeest’, waaruit ook Grijs verleden van Chris van der Heijden voortkomt.

Op dit moment werkt Letterie aan een boek over haar eigen familie in de oorlog. Haar communistische grootvader werd opgepakt en schreef uit het kamp briefkaarten naar huis. Haar tienjarige vader werd de man des huizes en ondernam bijvoorbeeld hongertochten. „Die briefkaarten zijn allemaal bewaard, heel dicht beschreven met verhaaltjes voor de kinderen”, vertelt Letterie. „De inleving is nu nog lastiger, omdat ik mijn eigen vader als hoofdpersoon neem.”

Scherven in de nacht wordt uitgegeven door Leopold