Ankara stelt tegeneis aan Europese Unie

Niemand moet verwachten dat Turkije zijn zee- en luchthavens openstelt voor Grieks-Cypriotische schepen en vliegtuigen voordat het isolement van de Turkse Republiek Noord-Cyprus is beëindigd.

Dat zei de Turkse premier Erdogan gisteren naar aanleiding van het rapport van de Europese Commissie over de voortgang die Turkije maakt op weg naar de Europese Unie.

In dat rapport wordt Turkije gemaand om die havens en vliegvelden zo snel mogelijk open te stellen. Ook in Turkije wordt er van uitgegaan dat Ankara een maand heeft om dat te doen. Gebeurt dat niet, zo is ook de verwachting in Turkije, dan zal de Europese Commissie in de aanloop tot de Europese top van december wellicht strafmaatregelen voorstellen.

Van mogelijke sancties leek de Turkse regering gisteren nog niet bepaald onder de indruk. „Opschorting of totale ontregeling [van de onderhandelingen, red.] is niet mogelijk, de trein stopt niet op het station”, aldus Erdogan.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken onderstreepte dat Cyprus een „politiek” probleem is en als zodanig geen „verplichting” is in het onderhandelingsproces, dat „technisch van karakter is”, aldus Buitenlandse Zaken.

Zowel Erdogan als minister Gul van Buitenlandse Zaken erkende overigens dat Turkije niet op alle punten voldoet aan de EU-criteria voor toetreding. „We zijn ons er van bewust dat sommige elementen nog ontbreken”, aldus Gul.

Eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding) zei gisteren in Brussel bij de presentatie van het rapport: „We zullen ons houden aan de strenge voorwaarden. Dat is de drijvende kracht achter de hervormingen die moeten leiden tot een meer Europees Turkije.”

CDA-europarlementariër en Turkije-rapporteur Camiel Eurlings constateerde in zijn reactie dat de Europese Commissie en het Europees Parlement beide van mening zijn dat Turkije zo snel mogelijk de noodzakelijke hervormingen moet doorvoeren.

Zijn GroenLinks-collega Joost Lagendijk, tevens voorzitter van de Turkije-delegatie uit het europarlement, zei dat politici die nu roepen om de onderhandelingen met Turkije te stoppen „voorbarig en vooringenomen” zijn. Zij laden „de verdenking op zich eenvoudig niet te wíllen dat Turkije EU-lid wordt”, aldus Lagendijk.