Afschaffen

Als we het in Nederland over de lompheid van onze omgangsvormen hebben, gaat het meestal over de jeugd die in de tram niet wil opstaan voor de oudjes (valt reuze mee), over horecapersoneel dat zijn klanten schoffeert (wordt al minder) en over het onnodig tutoyeren (deden ouderen vroeger al ongevraagd als ze met jongere mensen omgingen).

Over een veel ergerlijker vorm van lompheid in Nederland hoor je zelden iets: de groeiende onwil om naar een ander te luisteren. Vooral onder politici, die zelfbenoemde uitdragers van onze normen en waarden, zie je deze slechte gewoonte hand over hand toenemen. De helft van de politieke discussies op de tv gaat dezer dagen verloren, doordat de discussianten door elkaar heen kwaken. „Laat u mij even uitpraten.” „U bent al de hele tijd aan het woord.” De gespreksleider die zulke sprekers probeert te onderbreken, wordt op zijn beurt door hen onderbroken: „Ik wil nog graag dit punt afmaken.” En ze ratelen alweer verder alsof er geen gespreksleiding bestaat.

Nu is het nog tot daaraan toe dat ze niet naar elkaar luisteren, lastiger is het dat ze vaak ook geen oor hebben voor mensen buiten hun beperkte gezichtskring. En, zoals altijd, hoe ideologischer de lading van hun politieke boodschap, hoe geringer de bereidheid van andermans opvattingen kennis te nemen. Twee recente voorbeelden.

Deze week zag ik Geert Wilders in actie op het Marktplein van Apeldoorn. Op die drukke markt liepen hier en daar ook wat allochtone mensen rond. Wilders probeerde niet één keer met hen in contact te komen, hij deed alsof hij ze niet zag. Een allochtone marktkoopman keek hem verbluft na. Toen wendde hij zich maar tot een van de flyers en balpennen uitdelende medewerkers van Wilders. „Waarom komt hij niet even een praatje maken?”, vroeg hij. „Hij is toch hier om contact te maken met de gewone mensen?”

„U kunt zo naar hem toegaan, hij wil altijd praten”, zei de medewerker. Wilders liep inmiddels al dertig meter verder.

De man wees op zijn kraam. „Wie let er dan op mijn spullen?”

De medewerker haalde zijn schouders op, dit was niet zijn probleem. „Wilt u misschien een balpen?”, vroeg hij toen maar. De marktkoopman weigerde boos.

Gisteravond kwam Rita Verdonk met haar nieuwste variant van niet-willen-luisteren. De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft een haar onwelgevallig advies uitgebracht over een moslimdocente die geen hand wil geven aan mannen. Dat hoeft ook niet, zegt de commissie tegen de openbare school die deze docente heeft geschorst. Daar is een interessante discussie over mogelijk, maar wat zegt Rita? Afschaffen die commissie.

Ze praat erover alsof de CGB een vuurrood, door jihadstrijders geïnfiltreerd orgaan is. In werkelijkheid is die commissie een gezelschap van brave juristen die zich uitputtend over allerlei maatschappelijk zeer relevante kwesties buigen, zoals: moet u uw zwangerschap tijdens uw sollicitatiegesprekken melden (nee, en de werkgever heeft ook niet het recht ernaar te vragen); mag een mannelijke collega in dezelfde functie en met dezelfde opleiding meer verdienen dan een vrouw? (in beginsel niet, maar de commissie onderzoekt elk geval op de werkplek).

Wanneer gaat Verdonk heel Nederland afschaffen?