‘Ach, verwacht u alstublieft toch niet te veel’

Gisteren werd een bundel essays over het werk van Hella S. Haasse gepresenteerd. Weer een ode aan de schrijfster die pas laat in haar leven voldoende geëerd wordt

Hella Haasse presenteert zichzelf niet graag als een van de belangrijkste schrijvers van haar generatie. Ze heeft zichzelf nooit uitgeroepen tot leider van een stroming en voert geen kwetsende polemieken met haar collega’s. Haar bescheidenheid mag inmiddels spreekwoordelijk genoemd worden, en is er misschien debet aan dat Haasse altijd enigszins in de schaduw heeft gestaan van ‘De Grote Drie’: Hermans, Reve en Mulisch. Dit wordt gezien als een miskenning van haar imposante oeuvre: velen zouden Haasse graag inlijven in De Grote Vier.

Maar aan die te gebrekkige erkenning lijkt dit jaar een einde te komen. Gisteravond werd tijdens een ode-avond in De Balie de essaybundel Een nieuwer firmament. Hella S. Haasse in tekst en context gepresenteerd, en eerder waren er al het eervolle diner met haar buitenlandse uitgevers op de Frankfurter Buchmesse en haar optreden in Institut Néerlandais in Parijs. Plus natuurlijk de nieuwe uitgave van al haar romans. Op haar negenentachtigste staat Haasse vol in de schijnwerpers.

Het was hoog tijd dat dez bundel er zou komen, legte Haasse’s redacteur Patricia de Groot van Querido gisteravond uit aan het publiek: tot nog toe ontbrak de uitgebreide kritische reflectie op haar werk die men mag verwachten bij een schrijfster van haar formaat.

Dat beeld werd bevestigd door Arnold Heumakers, de eerste spreker van de avond en tevens bijdrager aan Een nieuwer firmament. „We hebben Haasse in het hart hebben gesloten,” zei Heumakers, „maar we zagen de Schrijfster over het hoofd. „

Ook Elsbeth Etty droeg bij aan de bundel en sprak gisteren over de essays van Haasse. Daarvan leerde zij „biografisch lezen”, zichzelf zo volledig mogelijk identificeren met de personages. In haar ontroerende slotzin dankt zij Haasse voor „de lessen die zij mij heeft gegeven: die waren een bron van inspiratie, passie en intens genot.”

Aleid Truijens richtte zich op Haasse’s positie als buitenstaander: in Indië, waar ze de eerste twintig jaar van haar leven woonde, was ze anders door haar Nederlandse opvoeding, eenmaal in Nederland bleek ze on-Hollands. Dat buitenstaanderschap scherpte haar waarneming, zei Truijens, en is nog altijd een „motor voor haar creativiteit.”

Die afstandelijkheid heeft zij van nature, zei Haasse na de pauze toen ze werd geinterviewd door Margot Dijkgraaf. En door die afstand bekijkt zij de wereld op een unieke manier: „het ene vloeit in het andere over, als een web”. Er klonken bewonderende zuchtjes uit het publiek toen ze de mooiste momenten in haar schrijversleven benoemde. „Dat zijn de momenten waarop een samenhang oprijst uit de elementen waar ik mee bezig ben. Ik voel me dan alsof ik in een vliegtuig zit dat loskomt van de startbaan. Dan denk ik: nu ben ik los, nu kan het beginnen.”

Het interview leek afgelopen, toen Dijkgraaf nog een laatste opmerking maakte: dat iedereen uitkijkt naar de nieuwe verhalenbundel met niet eerder gepubliceerde verhalen Het tuinhuis, die eind deze maand verschijnt. Haasse fluisterde in de microfoon: „Ach, wees nou niet te hoog gespannen in uw verwachting.”