Speerdragers vechten nu met geweer

In Oeganda zijn afgelopen weken mogelijk honderden doden gevallen bij onlusten tussen het leger en nomaden.

De Karimojongs zijn van oudsher vechtersbazen.

Bij onlusten tussen het Oegandese regeringsleger en de nomadische stam de Karimojong zijn tientallen en mogelijk honderden doden gevallen. Dit meldden ooggetuigen in het district Karamoja in Oost-Oeganda en diplomaten in de hoofdstad Kampala.

De Karimojongs zijn veehouders en hebben vanaf de Britse kolonisatie van Oeganda overhoop gelegen met alle opeenvolgende regimes. Ze zijn berucht om hun veediefstallen, die ze zowel onder naburige volkeren uitvoeren als onder clans van hun eigen stam. De vaak goeddeels naakt lopende mannen markeren iedere met een speer gedode vijand met een inkerving op hun rechterschouder.

Van oudsher zijn de Karimojongs vechtersbazen. Lang geleden hadden ze zelfstandige legerleiders, die vaak de raad van stamoudsten negeerden. Hun legers leken op de regimenten van de beroemde Shaka Zulu in Zuid Afrika. Met één groot verschil: voor de Karimojongs draaide het gevecht om individueel heldendom, niet om de gemeenschappelijke inzet. Ze gaven daarom lange tijd de voorkeur aan de speer boven het afstandelijke geweer. Tot de regio als gevolg van de oorlogen in Oeganda en Zuid-Soedan vanaf de jaren zestig werd overspoeld met modern wapentuig dat deels in handen vielen van de krijgslustige Karimojongs.

Door deze moderne wapens raakte hun woongebied gemilitariseerd; in een bar kan met kogels bier worden gekocht. Volgens de Oegandese Krant Daily Monitor wordt het aantal illegale wapens in de Karamajo-regio geschat op 30.000. Het district oogt als een wapenbazaar. In alle openheid dragen de Karamojongs hun geweren. En in de nacht weerklinken op de savanne vreugdeschoten van dronken krijgers: de moderne wapens leiden tot zelfvernietiging van de Karimojong.

De regering van president Yoweri Museveni heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk met harde hand geprobeerd de ruige herders te ontwapenen. Maar als de krijgers al hun wapens inleverden, hielden ze andere geweren achter.

Onlangs hervatten Oegandese regeringssoldaten het ontwapeningsprogramma. Anderhalve week geleden vond bij het dorpje Lopuyo een traditioneel oogstfeest plaats. Volgens ooggetuigen omsingelden soldaten dansende krijgers, waarop een vuurgevecht uitbrak. Onbevestigde berichten spreken over circa zeventig doden.

Woedende strijders namen daarna wraak en omsingelden het stadje Kotido, nabij de Keniaanse grens. Bij de hierop volgende gevechten zouden opnieuw twintig doden zijn gevallen aan regeringszijde. Daily Monitor meldt 22 doden, onder wie een commandant van een bataljon. Het aantal burgerslachtoffers zou volgens de krant ten minste het dubbele zijn.

De reactie van het regeringsleger volgde afgelopen zondag. Volgens ooggetuigen werd door onbekenden op een helikopter geschoten, waarna het leger de huizen van de Karimojong bombardeerde. Volgens onbevestigde berichten zouden bij deze bombardementen honderden doden zijn gevallen.

Een Oegandese legerwoordvoerder Felix Kulaije betitelde de berichten over de hoge aantallen slachtoffer deze week als „nonsens”, maar erkende dat het leger in de omgeving van Kotido bombardementen had uitgevoerd. Een missie van de Verenigde Naties is inmiddels naar het district gestuurd om onafhankelijke informatie te verzamelen. Er zouden honderden families op de vlucht zijn geslagen voor het geweld en beide zijden in het conflict maken zich op voor een nieuwe strijd.

Bij eerdere pogingen tot ontwapening vonden grove schendingen van de mensenrechten plaats, zoals verkrachtingen door regeringssoldaten. Na protesten van niet-gouvernementele organisaties tegen het harde optreden stelde de regering toen een onderzoek in. Maar in een nog niet openbaar gemaakt rapport schrijft de overheid zijn ontwapeningsprogramma onverkort te willen voortzetten.

Interview met antropologe Sandra Gray over Karimojong:www.research.ku.edu/explore/v2n1/uganda.html of 05757 naar 7585