Mus Clarence leerde fluiten

Volgende week opent in Rotterdam De Grote Huismus Tentoonstelling met allerlei (al dan niet beroemde) mussen. Want de Dominomus is niet de enige mus van naam en faam.

Miljoenen huismussen leven en sterven in volstrekte anonimiteit, maar bestaan er ook mussen die een verhaal vertellen en bovendien in een collectie bewaard worden of – op zijn minst – zijn beschreven in de literatuur? Ik zoek ze voor opname in de wall of fame van De Grote Huismus Tentoonstelling in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Om de Dominomus niet in haar eentje beroemd te laten zijn.

De eerste beroemde mus die bij me opkomt, is Clarence. Hij werd in 1940 als nestjong, nog kaal en blind, gevonden door Clare Kipps op de stoep van haar woning in Londen. Mevrouw Kipps bracht het musje met de hand groot. In die oorlogsjaren was de mus voor velen een dagelijkse bron van troost en vreugde in de schuilkelder. Clarence leerde fluiten, terwijl vrijlevende mussen slechts tjilpen, en bij gebrek aan mussenvrouwtjes maakte hij zijn bazin het hof. Op 23 augustus 1952, na een leven van twaalf jaar, zeven weken en vier dagen, stierf Clarence van ouderdom. Haar stoffelijke resten werden te ruste gelegd in een kleine graftombe die ik helaas niet meer kon traceren.

Wat wel van Clarence bewaard gebleven is, is zijn levensverhaal Sold for a farthing, geschreven door Clare Kipps in 1953. Van het boekje werden in Engeland meer dan 100.000 exemplaren verkocht. De Nederlandse vertaling ‘Gevederde vondeling’ beleefde vier herdrukken. Beroemder kan bijna niet, maar ik zoek verder naar mussen die geconserveerd zijn.

David Allan, vogelconservator van het Durban Natural Science Museum in Zuid-Afrika, zoekt naar oude opgezette huismussen en vindt tot zijn eigen verbazing een legsel van vijf eieren uit 1899. „Toen was de huismus nog maar net geïntroduceerd in zuidelijk Afrika en dit legsel vormt het eerste bewaard gebleven bewijs van broeden.” De eitjes hebben een te grote natuurhistorische waarde en zijn te kwetsbaar om op te sturen, maar Allan doet wel een doosje met een paar echte Zuid-Afrikaanse huismussen op de post. Leuk voor de mondiale-mussenvitrine.

Jaynia Tarnawski van de vogelafdeling van het Australian Museum in Sydney gaat na mijn vraag – Heb je beroemde mussen? – ook enthousiast zoeken in de verzameling. Ze e-mailt terug met een prachtvondst die model staat voor de vrijheidsdrang en expansiedrift van de soort: „We bewaren hier een piepjong huismusje, met catalogusnummer AM O.55172, een echte Freedom Sparrow, die op 4 juli 1981 (Onafhankelijkheidsdag in de VS!) vanuit Los Angeles met PanAm vlucht 811 Sydney wist te bereiken, maar zijn reis werd snel beëindigd door de Australische Quarantaine- en Inspectiedienst die ons land potdicht houdt voor dieren en planten die van buiten de grens komen.” Na 25 jaar heeft Jaynia de Freedom Sparrow uit de anonimiteit gehaald. Hij arriveert in een postpakketje als bruikleen voor in de wall of fame, samen met een paar volbloed Australische huismussen, waaronder ‘Pinokkio’ (AM O.6030), een exemplaar met een joekel van een bovensnavel. Perfect voor in de vitrine met mismaakte mussen.

Er blijkt ook een pauselijke mus te zijn. Eugenio Pacelli, Paus Pius XII, die het heilige ambt bekleedde van 1939 tot zijn dood in 1958, stond – behalve wegens zijn vermeende antisemitisme – ook bekend als een groot natuurliefhebber. Dat wist zijn tuinman ook. Toen er een gewonde Italiaanse mus gevonden werd, kreeg het hulpeloze vogeltje de goddelijke zorg van de paus toebedeeld. Pacelli raakte gefascineerd door de mus. Hij verzorgde het vogeltje met grote toewijding, noemde hem ‘Gretel’ (Grietje) en genoot van zijn getjilp in de pauselijke vertrekken. Helaas konden er in het Vaticaan geen stoffelijke resten van de pauselijke mus getraceerd worden.

De Grote Huismus Tentoonstelling opent op 14 november in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Meer informatie via www.nmr.nl