Maoïsten Nepal leveren wapens in na vredesakkoord

In Nepal hebben de maoïstische rebellen en de regering hebben vannacht een vredesovereenkomst getekend. Het akkoord moet een einde maken aan ruim een decennium burgeroorlog in het bergkoninkrijk.

Op basis van de afspraken zullen de maoïsten in december toetreden tot de overgangsregering en tot het parlement van Nepal – ze krijgen 73 zetels, twee minder dan de grootste partij van Nepal, de Congress Party. Tegelijkertijd hebben de rebellen toegezegd de wapens neer te leggen, een eis van de regering die aanvankelijk vertraging van de onderhandelingen veroorzaakte. De ontwapening zal plaatsvinden onder VN-toezicht.

Over het grootste struikelblok in de gesprekken, de toekomst van de monarchie, wordt pas in juni volgend jaar besloten. Dan zal een assemblee worden gekozen die zich gaat buigen over de rol van het koningshuis en de grondwet. Het akkoord kwam tot stand onder leiding van premier Girija Prasad Koirala en maoïstenleider Prachanda.

De maoïsten, die ruim tien jaar geleden ondergronds gingen, zijn altijd uit geweest op afschaffing van de monarchie. In augustus waarschuwde de tweede man van de maoïsten, Baburam Bhattarai, nog dat de strijd zou worden hervat als de regering niet zou instemmen met directe opheffing van de monarchie.

Binnen twee weken, zo luidt de overeenkomst nu, zullen de maoïsten zich verzamelen in zeven kampen. Daar worden hun wapens achter slot en grendel opgeborgen, onder het toezicht van de VN. De bestuurlijke organen van de rebellen, de zogenoemde volksoverheden, in gebieden die onder hun controle staan, worden ontmanteld. Zo’n 60 tot 70 procent van het land staat onder controle van de maoïsten.

De maoïsten en Nepalese regeringen hebben in het verleden vaker geprobeerd elkaar te vinden, maar zonder succes. Dit jaar zijn ze echter weer om de tafel gaan zitten, nadat in april koning Gyanendra macht moest inleveren als gevolg van wekenlange demonstraties in het land. De koning is na de volksopstand op een zijspoor gezet.