Hoe hoort het eigenlijk?

Balkenende noemde de doodstraf voor Saddam „een oordeel dat past bij het schrikbewind”, en kijk eens aan: de Volkskrant houdt een peiling op haar internetsite, en wat zegt 68 procent van de respondenten? Balkenende heeft gelijk.

Dat noem ik nog eens een bewijs van leiderschap: feilloos onder woorden kunnen brengen wat het volk zelf ook al steeds heeft gedacht.

Hoe bracht Balkenende het in Buitenhof precies onder woorden? Hij zei: „De doodstraf is iets waarvan Nederland heeft gezegd: dat hoort eigenlijk niet.”

Prachtig zinnetje! Een andere minister-president zegt in zo’n geval al gauw: „Doodstraf? Staat niet in de Universele Rechten van de Mens. Dus schande.”

Balkenende gaat omzichtiger te werk. „De doodstraf is iets…” Iets? Hoezo, iets? Maar dat is het privilege én de kracht van de premier: altijd achteloos in uitspraak en taalgebruik.

„…waarvan Nederland heeft gezegd…” Nederland? Wie is Nederland? De Tweede Kamer met 76 tegen 74 stemmen? De coalitie die toevallig aan het roer stond toen de kwestie aan de orde kwam? Een referendum uit de dagen dat D66 nog bestond? Hilbrand Nawijn? De meerderheid van de internetsite-lezers van de Volkskrant? Maar nog los daarvan: kun je überhaupt spreken van een land dat iets zou hebben gezegd?

„…dat hoort eigenlijk niet.” Wat betekent dat exact, „hoort eigenlijk niet?” Bedoelt u: de man moet zijn vrouw altijd in de jas helpen, maar als hij het een keer vergeet is dat (eigenlijk) geen doodzonde?

Het prachtige van Balkenendes zinnetje zat ‘m natuurlijk in de afstandelijkheid. Hij is, om zo te zeggen, door God over Nederland gesteld zoals in de 19de eeuw obscure Duitse paltsgraven, en vorsten van nauwelijks bestaande prinsdommen, als koning over Roemenen, Belgen en Bulgaren werden gesteld. Het was niet zijn keus, het was de onze. Wij hebben hem meer nodig dan hij ons.

Op dezelfde manier sprak hij indertijd in Indonesië al over de in brede kring misprezen verbintenissen van man en man, vrouw en vrouw: „Het homohuwelijk is iets waarvan Nederland heeft gezegd: vooruit dan maar.”

Hijzelf zou zo’n uitspraak nooit over z’n lippen hebben gekregen. Maar hij weet qua onderbuik 68 procent van de bevolking achter zich.

De nummer twee van het CDA moet zich in dit soort kwesties natuurlijk zo veel mogelijk aan Balkenendes woordkeuze aanpassen.

Maxime Verhagen wees de doodstraf daarom niet zozeer af, hij was er ‘geen voorstander’ van. Net zo min als van Saddam aan de strop trouwens. Maar dat laatste vond hij wel ‘begrijpelijk’. Zeker in Irak.

De ware cultuurrelativist. Bij het ene volk gooien ze beoefenaren van tegennatuurlijke seks nou eenmaal met hun kop naar beneden van het dak van de moskee. Bij het andere roeren ze zendelingen door een kookpot. En bij een derde knopen ze hun misdadigers aan de galg. Ieder z’n meug, zei de boer, en hij vrat vijgen.

Balkendes rivaal Wouter Bos had intussen zijn nummer twee voor de leeuwen van Nova geworpen met de boodschap dat hij en zij krachtens een besluit van het politburo, het woord ‘genocide’ (als het om dat miljoen dode Armeniërs gaat) voortaan zouden mijden. „Om misverstanden weg te nemen bij kiezers van Turkse afkomst.”

Ach gut – en daar zat die schat van Turkse afkomst, die het woord tot eergisteren nog hardop had uitgeroepen omdat ze anders zelfs van de kieslijst geschrapt had kunnen worden, en uitgerekend tegenover Maxime Verhagen moest ze hakkelend volhouden dat haar opvattingen onveranderd waren.

Nergens een handig Balkenende-zinnetje bij de hand.

De enige verdienste van de Partij van de Arbeid (denk ik wel eens) is dat ze niet op de christendemocraten lijken. Maar dat is voor 22 november waarschijnlijk toch te mager.