Geloof in het goede van de mens

De SP is een partij van vrijwilligers in buurten en wijken, die opkomt voor de minder draagkrachtigen.

Partijleider Jan Marijnissen wil in een links kabinet.

Foto Lars van den Brink (zie inzet rechtsonder) Brink, Lars van den

Op het Schouwburgplein in Rotterdam krijgen jongetjes voetballes van Mourad Boukhari, een broer van voormalig Ajax-speler Nourdin Boukhari. De voetballes is georganiseerd door de Socialistische Partij. Niet alleen om de voornamelijk allochtone kinderen een leuke dag te bezorgen. De les is ook bedoeld om aandacht te vragen voor de dreigende verdwijning van gesubsidieerde speeltuinbanen.

Renske Leijten (27) is drijvende kracht achter de actie. Zij is voorzitter van de jongerenorganisatie van de SP én nummer 9 op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Ze noemt de voetballes in Rotterdam „kenmerkend” voor de SP. Renske Leijten: „Bij ons gaan protest en plezier hand in hand. Speelmogelijkheden dragen niet bij aan het bruto binnenlands product, maar wel aan het binnenlands geluk.”

Deze aanpak lijkt aan te slaan bij kiezers. Op dit moment zou de SP, die nog nooit in de regering heeft gezeten, de derde politieke partij worden blijkt uit de laatste peiling van TNS NIPO. In die peiling krijgt de SP 25 zetels (tegen 9 bij de vorige verkiezingen in 2003) en de VVD 24 (tegen 28 zetels in 2003). SP-leider Jan Marijnissen heeft er een extra borrel op gedronken. „Het zijn maar peilingen, maar dit is wel een historisch moment”, zei hij.

Jan Marijnissen (54) is al 21 jaar de onbetwiste leider van de SP. Hij wil „de tweedeling in de samenleving” aanpakken, omdat „rijken rijker zijn geworden en armen alleen maar armer”. Dat moet volgens de partij gebeuren door kleinschaligheid, saamhorigheid en, waar nodig, dwang.

Zo pleit de SP voor buurtinitiatieven, woongroepen voor ouderen (in plaats van massale verpleeghuizen) en kleine scholen. Ook wil de partij de ambachtschool in ere herstellen, autochtonen en allochtonen mengen in wijken en scholen en moeten de gemeenschapszin en vaderlandsliefde uit de jaren vijftig terugkeren. Daarnaast maakt de SP zich hard voor de gezondheidszorg waarvoor de partij, aldus het verkiezingsprogramma, één miljard extra uit wil trekken.

Met een sterke lokale organisatie en leden die zich in hun dorp of stad als vrijwilliger inzetten, onderscheidt de SP zich van concurrenten. Renske Leijten schetst tijdens de voetballes in Rotterdam moeiteloos waar haar partij voor staat: „We nemen niet iedereen aan het handje, maar zorgen voor goede omstandigheden. Als de mogelijkheden er zijn, grijpen mensen hun kansen vanzelf.”

Dit positieve mensbeeld kenmerkt de SP, die bijvoorbeeld vindt dat mensen te veel formulieren moeten invullen wanneer ze subsidie aanvragen. Renske Leijten: „Al die controles leiden tot georganiseerd wantrouwen. We zouden weer moeten uitgaan van de goede intenties van mensen.” Dit credo geldt overigens niet voor ondernemers – daarin stelt de partij minder vertrouwen.

In een televisie-vraaggesprek met Paul Rosenmöller zei Jan Marijnissen onlangs dat Franciscus van Assisi zijn voorbeeld is, de 13de eeuwse heilige die zijn leven in dienst van de armen stelde. „Franciscanen spreken mij erg aan. Zij staan blij in het leven en kijken naar anderen om”, zei de van huis uit katholieke fractieleider. De verwijzing zal niet toevallig zijn: al geruime tijd probeert de SP kiezers uit het CDA-kamp te verleiden om over te stappen.

Zeker is dat de SP zich wil ontworstelen aan het imago van eeuwige oppositiepartij. De gemeenteraadsverkiezingen, in maart, waren al zo succesvol dat in meerdere gemeenten deelname aan het college mogelijk werd. Nu maakt Jan Marijnissen zich op voor regeringsverantwoordelijkheid. Dat kan als de PvdA de grootste partij wordt – en Wouter Bos uitkomt op een linkse coalitie.

Bos toonde zich daarvan tot nu toe geen enthousiast voorstander. Maar in een interview met het blad van FNV Bondgenoten, dat deze week verschijnt, noemt hij een coalitie van PvdA, SP en GroenLinks „een fantastische mogelijkheid”.

Grote vrees bij de SP is dat de hoge peilingen zich op het laatst niet uitbetalen. Dat gebeurde in 2003, toen de partij twintig zetels leek te kunnen halen. Op de dag van de verkiezingen bleven daar in werkelijkheid ‘maar’ negen zetels van over.

Ook Roy Jansen, die met zijn gezin naar de voetbalprestaties van Mourad Boukhari staat te kijken, ziet dat probleem. Hij sympathiseert al jaren met Marijnissen, maar stemt straks tóch op Bos. „Ik ben bang dat een stem op de SP een verloren stem is”, zegt hij. „Dat bleek vier jaar geleden en dat dreigt nu weer. Je wilt toch dat er een beetje wordt geregeerd.”