Einde epo-test volgens wetenschappers nabij

Het einde van de epo-test lijkt nabij. Belgische wetenschappers hebben de onbetrouwbaarheid ervan aangetoond. Maar WADA blijft de deugdelijkheid vooralsnog verdedigen.

Henk Stouwdam

De epo-test raakt binnenkort in onbruik. Dat beweren drie Belgische wetenschappers, die voorspellen dat binnen een jaar de huidige methode van het wereldantidopingbureau WADA wegens onbetrouwbaarheid niet meer wordt toegepast.

De professoren Mathieu Bollen, Monique Beullens en Joris Delanghe baseren hun prognose op eigen onderzoek. Zij hebben aangetoond dat sporters ten onrechte kunnen worden betrapt op het verboden eiwithormoon erythropoëtine (epo), bedoeld om de aanmaak van rode bloedlichaampjes te stimuleren zodat het zuurstoftransport wordt verbeterd. Recentelijk werd hun onderzoek wetenschappelijk bekrachtigd door publicatie in Blood, het tijdschrift van American Society of Hematology.

Bollen en Beullens, werkzaam aan het departement moleculaire celbiologie van de Katholieke Universiteit Leuven, en Delanghe van de vakgroep klinische biologie, microbiologie en immunologie op de Universiteit Gent, besloten tot een wetenschappelijke analyse van de epo-test toen zij in contact kwamen met de Belgische triatleet Rutger Beke. De nummer vier van de laatst gehouden Ironman op Hawaii werd twee jaar geleden bij de Zwinmarathon in Knokke betrapt op epo, waarna hij zijn onschuld fanatiek bleef verdedigen.

De wetenschappers hebben aangetoond dat de antilichamen waarmee kunstmatige epo worden opgespoord bij Beke soms reageren op natuurlijke eiwitten; hij is in dat geval vals-positief. Het antilichaam, dat wordt geproduceerd door een witte bloedcel en reageert op een lichaamsvreemde stof, is daardoor als ‘verklikker’ onbetrouwbaar. Het onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde antilichamen niet, zoals dat heet, monovalent (eenwaardig) zijn voor epo. En daarmee is volgens de onderzoekers de bodem onder de test weggeslagen.

WADA blijft de deugdelijkheid verdedigen en houdt vooralsnog vast aan de epo-test, die in 2000 is ontwikkeld door de Française Françoise Lasne van het dopinglaboratorium in Châtenay-Malabry. Tot verbazing van Bollen. „Vooral omdat WADA heeft erkend dat ‘hun’ antilichaam niet monovalent is en zich bindt aan minstens één ander eiwit. Merkwaardig dat zoiets niet eerder is gebleken uit de duizenden voorafgaande epo-testen. Maar WADA blijft volhouden dat het geen invloed heeft op de detectie van epo”, reageert hij.

De publicatie in Blood heeft reacties ontlokt van de WADA-laboratoriums in Los Angeles en Châtenay-Malabry. Don Catlin, directeur van ‘Los Angeles’, zegt dat het begrip ‘vals-positief’ naar sensatie neigt, omdat het als een negatieve uitslag van de epo-test kan worden uitgelegd. En hij beweert dat in België niet de door WADA voorgeschreven methode is gebruikt. Volgens Bollen is het typisch WADA om te beweren dat de epo-test te moeilijk zou zijn voor niet-geaccrediteerde laboratoriums, terwijl hij dezelfde techniek toepast.

Volgens Lasne van het Franse lab hebben de Belgen de resultaten verkeerd geïnterpreteerd. „Maar duidelijkheid over hun interpretatie heeft WADA, ondanks aanhoudende verzoeken, niet geleverd”, riposteert Bollen in zijn mailbericht. „Want de vraag blijft hoe de WADA-laboratoriums dan wel lichaamseigen van lichaamsvreemde epo kunnen onderscheiden.”

Hoewel Bollen, Beullens en Delanghe al resultaten hebben gepubliceerd is hun onderzoek nog niet afgerond. Ze willen nog weten waarom een sporter vals-positief wordt getest. Daarom proberen ze het verantwoordelijke eiwit te identificeren. Dan wordt het gemakkelijk te analyseren onder welke omstandigheden een sporter afwijkt. En is het eiwit geïdentificeerd, dan kan een sporter gescreend worden, zodat op voorhand bekend is of het resultaat van een epo-test vals-positief is. In een later stadium willen de onderzoeker te weten komen welke eigenschappen het betreffende eiwit heeft en onder welke omstandigheden het in de urine aanwezig is.

De professoren hadden voor zij aan het onderzoek begonnen geen banden met de sportwereld. Des te verbaasder zijn ze over het agressieve en beledigende karakter van sommige WADA-commentatoren. In een interview met de Belgische krant Het Nieuwsblad was Bollen daar zeer uitgesproken over. „WADA denkt blijkbaar dat het onfeilbaar is. Aanvankelijk waren we zeer vriendelijk, omdat we niet storend wilden overkomen. Tot WADA onzin over ons begon te verkondigen. Er deed zelfs het verhaal de ronde dat wij zijn betaald om te liegen. En dat terwijl we alleen een doosje chocolade van Beke hebben gekregen. Onze deal met hem was dat we de testen mochten uitvoeren die we wilden en de resultaten mochten publiceren, ook als die negatief zouden uitvallen voor Beke. Weet je wat ons geluk is? We hebben op het terrein van epo-onderzoek niets te verliezen. Of wij scoren of niet, maakt voor ons geen verschil. Onze belangrijkste activiteit ligt in de moleculaire celbiologie. Nee, we wisten niet in welk wespennest we terecht zouden komen. WADA redeneert dat iedereen die kritiek heeft een voorstander van doping is. Dat is niet zo. Waar we moeite mee hebben is dat een sporter zo nu en dan het slachtoffer wordt.”