Docente hoeft man geen hand te geven

Een Utrechtse docente wil mannen geen hand schudden.

De school protesteerde. Maar volgens de Commissie Gelijke Behandeling staat de moslima in haar recht.

Het Vader Rijn College in Utrecht mag niet van een islamitische docente eisen dat ze mannen de hand schudt. Dat oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) gisteren na een verzoek van beide partijen.

De docente, Marokkaanse en moslima, besloot begin van dit schooljaar mannen niet meer de hand te schudden, om godsdienstige redenen. De vmbo-school vroeg haar daarop om thuis te blijven, hetgeen zij deed.

Bart Engbers, directeur van het Vader Rijn College, zei aan het begin van dit schooljaar dat docenten geen politieke of godsdienstige stelling horen uit te dragen, omdat een openbare school „het terrein van lieve vrede moet zijn als het gaat om godsdienst en politiek”.

Daarnaast heeft de school volgens hem een voorbeeldfunctie en moeten leerlingen daar leren dat handen schudden tot de standaard omgangsvormen behoort. Dat is volgens de school ook belangrijk als voorbereiding op de arbeidsmarkt.

De Commissie Gelijke Behandeling waardeert het dat de school de leerlingen, het grootste deel is van Marokkaanse of Turkse afkomst, respectvolle omgangsvormen probeert bij te brengen. Maar dit mag niet betekenen dat docenten en leerlingen elkaar en anderen de hand moeten geven, stelt het CGB.

Het geven van een hand is wellicht het meest gangbaar, er zijn ook andere vormen van begroeten denkbaar, vindt het CGB. Dat sluit aan bij de eigen omgangscode van de school, die beoogt etnocentrisme tegen te gaan.

Dit is de derde zaak die de CGB dit jaar voorgelegd kreeg over het niet willen handen schudden om geloofsredenen. Het kan zijn dat voor bepaalde functies of opleidingen handen schudden noodzakelijk is. Net als in beide eerdere gevallen oordeelde de CGB dat die noodzaak in het geval van de islamitische docente niet is aangetoond.

„De Algemene wet gelijke behandeling biedt ruimte om recht te doen aan de persoonlijke levensinvulling en het beleven van godsdienst, zoals het al dan niet geven van handen”, stelt Alex Geert Castermans, voorzitter van de CGB in een schriftelijke reactie.

„Per geval beoordelen wij in hoeverre een werkgever de afweging heeft gemaakt tussen de verplichting te zorgen voor een discriminatievrije werkvloer en ruimte te laten voor invulling van het geloof door werknemers”, aldus Castermans.