Democratische zetelwinst ‘gemiddeld’ maar toch uniek

De partij van een president in zijn zesde regeringsjaar verliest bijna altijd. Toch mag de Democratische zetelwinst een unieke historische prestatie heten.

De Democraten behaalden gisteren een historisch gezien ‘gemiddelde’ zege. Maar omdat de Republikeinen het Amerikaanse kiesdistrictenstelsel de afgelopen jaren zo vernuftig naar hun hand zetten, mag de Democratische zetelwinst toch een prestatie van formaat heten.

Gedurende de gehele twintigste eeuw verloor de partij van een president in zijn tweede termijn – zoals de huidige president Bush – bijna altijd bij tussentijdse verkiezingen. Dit wordt het sixth year-syndrome genoemd. In 1938 bijvoorbeeld verloor de redelijke populaire Democratische president Franklin D. Roosevelt (1933-1945) halverwege zijn tweede termijn 71 zetels in het Huis. Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog ligt het gemiddelde verlies van een ‘presidentiële partij’ in het zesde regeringsjaar op 29 zetels in het Huis van Afgevaardigden en zes in de Senaat.

President Reagan (1981-1989) verloor in 1986 zes zetels in het Huis en de Republikeinen raakten met een verlies van acht zetels toen ook de controle over de Senaat kwijt. Reagans populariteitscijfer lag toen op 63 procent, bijna twee keer hoger als de waardering voor de huidige president Bush.

De afgelopen jaren zijn kiesdistricten in het hele land echter zo heringedeeld dat steeds meer races voor het Huis van Afgevaardigden bij voorbaat al gelopen zijn. Dit zogeheten ‘gerrymandering’ is een aloude techniek, altijd door beide partijen toegepast, maar de Republikeinen verhieven het de laatste jaren tot hogere kunst.

Bij gerrymandering worden districtsgrenzen opnieuw ingedeeld naar aanleiding van een recente volkstelling. Met een beroep op de laatste demografische ontwikkelingen kan de regerende partij een gewenste etnische of inkomensgroep binnen districtsgrenzen proppen ten einde zichzelf een onverslaanbare voorsprong te bezorgen bij de eerstvolgende stembusgang. De Senaatszetels worden per deelstaat toegekend, waarbij gerrymandering niet mogelijk is.

De gezaghebbende analist Rothenberg berekende vorige maand dat in 41 van de 435 kiesdistricten de race „zeer spannend” genoemd mocht worden. Daarvan waren er 37 in Republikeinse handen. Van deze 37 toss ups hebben de Republikeinen er waarschijnlijk 27 verloren. De Democraten hebben in geen van hun vier betwiste districten de macht uit handen gegeven.