De vriend aan wie je je auto zo toevertrouwt

Debatkampioen Lars Duursma bespreekt in de aanloop naar de verkiezingen de debatstijl van lijsttrekkers.

De zesde aflevering: André Rouvoet (ChristenUnie)

André Rouvoet (ChristenUnie) gelooft in eerlijke politiek. Dat benadrukt hij graag en vaak. „Ik zou mijn auto zo aan hem uitlenen”, grapte Joost Eerdmans (EénNL) onlangs in het tv-programma Rondom Tien om te onderstrepen hoezeer hij de lijsttrekker van ChristenUnie vertrouwt.

De kracht van Rouvoet schuilt niet zozeer in zijn rustige en beschaafde debatstijl, maar meer in zijn consistentie. Zijn constante houding maakt hem authentiek en dus geloofwaardig. Daardoor wordt hij bijna nooit in de rede gevallen.

Rouvout dwingt respect af; bij politici én bij kiezers. Tijdens debatten werkt dat in zijn voordeel: zelden wordt hij persoonlijk aangevallen. Tegen Maxime Verhagen en Hilbrand Nawijn kun je als politicus nog wegkomen met een persoonlijke aanval. Immers: wie uitdeelt, moet ook kunnen incasseren. Maar een aanval op Rouvoet zal bij veel kiezers niet goed vallen.

En toch kan ook Rouvoet fel debatteren. Als geen ander beheerst hij de kunst om ‘zacht’ op de persoon maar ‘hard’ op de inhoud te zijn. Daarbij schuwt Rouvoet slimme trucs niet. Dat bleek vooral tijdens de debatten over de Europese Grondwet. Twee dagen voor het referendum trof hij Maxime Verhagen in een één-op-ééndebat. Nadat beide heren enkele argumenten hadden uitgewisseld, trok Rouvoet het initiatief naar zich toe. „Kunt u nou eens drie terreinen noemen waarop deze Grondwet bevoegdheden verplaatst van Brussel naar Den Haag?”, vroeg hij aan Verhagen. De CDA-leider ontweek de vraag. „Ik begrijp dat het te moeilijk is”, reageerde Rouvoet. „Twee voorbeelden dan?” En toen zelfs dat niet lukte: „Noemt u één voorbeeld dan, één voorbeeld.”

Een klassieke debattruc. Ook Wouter Bos paste hem afgelopen vrijdag toe om Jan-Peter Balkenende klem te zetten. In een debat heb je – tenzij je wél drie goede voorbeelden weet – op zo’n moment maar één uitweg: het onderwerp verleggen („ik kan wel tien goede voorbeelden noemen, maar waar het echt om gaat…”).

In tegenstelling tot voorgangers als Eimert van Middelkoop kan Rouvoet tijdens debatten snel tot de kern komen, af en toe zelfs met enige humor. Met name in kleinere zalen weet hij het publiek voor zich te winnen met gevatte opmerkingen. Toen een debatleider deze maand bij Rouvoet informeerde of hij een zekere buitenlandse schrijver kende, antwoordde hij met zelfspot: „Ik heb nooit van de man gehoord. Maar hij waarschijnlijk ook niet van mij.”

Maar met humor alleen kom je er niet. In een goed debat benadrukken de deelnemers vooral onderlinge verschillen. Dat gaat Rouvoet niet natuurlijk af. „In verkiezingstijd moet je wanhopig zoeken naar punten waarop je van mening verschilt,” zei hij onlangs. Liever zou hij samen zoeken naar overeenkomsten en oplossingen.

Het raakt de kern van zijn zwakte: Rouvoet kan wél zichzelf verkopen, maar niet zijn ideeën. Om te zorgen dat de kiezer de standpunten van de ChristenUnie onthoudt, zal ook hij af en toe een oneliner of metafoor moeten gebruiken. Dat is nu eenmaal het lot van een politicus die de inhoud centraal stelt maar zijn reputatie vooral te danken heeft aan zijn stijl.

Lars Duursma is debattrainer bij Debatrix en regerend wereldkampioen debatteren in de categorie Engels als tweede taal.

Volgende week: Marco Pastors (EénNL). Lees de analyses van o.a. Halsema, Rutte en Wilders na op www.nrc.nl/opinie