De miskende bachelor

Nederlandse werkgevers moeten niets van academische bachelors hebben.

In het Verenigd Koninkrijk komt die groep juist moeiteloos aan de bak.

Voor Luke Boardman was een ba-chelorgraad voldoende. Na drie jaar rechten aan de London School of Economics werkt de 21-jarige Londenaar nu bij de zakenbank Goldman Sachs in de Londense City. „Na mijn opleiding lagen overal kansen. Doorstuderen was niet nodig en bovendien was ik uitgekeken op rechten. De financiële wereld trok me meer.” Zijn verhaal is typerend. Jonge bachelors doen het goed op de Britse arbeidsmarkt, zelfs wanneer de studie niet aansluit bij de vacature.

Hoe anders is het in Nederland. Een academische bachelor zal niet snel in de derivatenhandel belanden. „Ga eerst maar eens je master halen”, is de boodschap van werkgevers. Dat advies volgen bachelors in Nederland massaal op. Van de lichting die in 2005 is afgestudeerd, heeft 80 procent zich ingeschreven voor een master, zo blijkt uit CBS-cijfers.

Werkgevers en recruiters lijden aan koudwatervrees voor academische bachelors. Uit een enquête die carrièresite Yourfuture.tv in 2004 uitvoerde onder honderd recruiters, bleek dat 83 procent van hen het niveau van deze categorie gelijk of slechter vindt dan HBO-bachelors. Vier op de tien zien academische bachelors zelfs als gesjeesde studenten.

In het Verenigd Koninkrijk staan werkgevers juist huiverig tegenover afgestudeerde masters. „Men dicht hun een verminderd commercieel bewustzijn toe. Bovendien leeft het vermoeden dat studenten doorstuderen om maar niet te hoeven werken”, zegt Charlie Ball, arbeidsmarktdeskundige bij carrièresite Prospects.

In het Verenigd Koninkrijk zijn de bachelors die meteen doorstuderen dan ook op één hand te tellen: ruim 80 procent betreedt meteen de arbeidsmarkt. En veelal met succes, al plaatst Peter Elias, hoogleraar arbeidsmobiliteit aan het Warwick Institute for Employment Research, wel een grote kanttekening: „De meeste afgestudeerde bachelors belanden in banen die vroeger door mensen met alleen middelbare school werden gedaan, maar nu door werkgevers zijn opgewaardeerd om het groeiende aanbod aan bachelors te faciliteren.”

Wegens het snelle geld en de status is de financiële wereld een populaire bestemming: ongeveer een zesde van de bachelors komt er terecht. „Een bachelorgraad is genoeg. Binnen de onderneming trainen we mensen liever zelf”, zegt Richard Barry, hoofd personeelszaken van de Schotse fondsmanager Baillie Gifford.

Universiteitskeuze vindt hij belangrijker dan studie. „We werven alleen op universiteiten die in de top van de jaarlijkse lijst van The Sunday Times staan.” Afgestudeerden in de economie of bedrijfskunde hebben geen streepje voor. „Historici en celbiologen zijn ook welkom”, zegt hij. Als er al een perfecte bankiersopleiding bestaat, zou dat volgens een oude City-wijsheid klassiek talen in Oxford of Cambridge moeten zijn.

Barry is geen uitzondering: uit cijfers van de Financial Services Skills Council blijkt dat zeven op de tien financiële recruiters amper kijkt naar de opgedane studiekennis. Alles draait om ‘intelligentie’, ‘probleem oplossend vermogen’, ‘vertrouwen’, ‘analytische vaardigheden’ en ‘motivatie’. Het kostte Luke Boardman met zijn rechtenachtergrond dan ook geen enkele moeite om bij Goldman Sachs binnen te komen. „Ik kreeg de kans om stage te lopen en dat mondde, na zestien interne sollicitatiegesprekken, uit in een vaste baan bij afdeling vermogensbeheer.”

Op de vraag wat hij aan zijn bachelor rechten heeft gehad, zegt hij na een denkpauze: „Nou ja, in ieder geval was hard werken niet nieuw voor me. Bovendien heeft het mijn analytische vaardigheden en logisch denkvermogen gevormd.”

Zelfs voor specialistische functies is de ‘juiste’ vooropleiding lang niet altijd vereist. Haran Rasalingam studeerde linguïstiek, waarna hij na een korte periode als onderwijzer ging werken als webontwikkelaar bij de vacaturesite eFinancialCareers. Momenteel is hij bezig aan een masters psychotherapie. „Ik hou van afwisseling en veel dingen leer je al doende”, zo vat hij zijn studie- en werkloopbaan samen.

Rasalingam is een typisch voorbeeld van de afwisseling en flexibiliteit die kenmerkend zijn voor het Angelsaksische systeem. Mensen houden weliswaar eerder op met studeren, maar pakken op een later tijdstip de draad weer even makkelijk op, bij voorkeur op kosten van de baas. Ook Luke Boardman is van plan te zijner tijd een MBA te doen om zijn kennis over bankieren te verdiepen.

De mastersopleiding wint wel gestaag aan populariteit: het aantal Britse studenten dat meteen verder studeert, is de laatste tien jaar met eenvijfde gestegen. Dit heeft vooral te maken met de drang van studenten aan ‘gewone’ universiteiten om zich te onderscheiden in een arbeidsmarkt die overspoeld wordt met bachelors. Het aantal Britse jongeren dat studeert, is in een kwart eeuw gestegen van 10 naar 50 procent. Bovendien maken masters meer kans om bij kleinere bedrijven zonder eigen opleidingscentrum aan de bak te komen.

Een tweede trend is de toenemende buitenlandse concurrentie, veroorzaakt door de zeer open arbeidsmarkt en het uitsterven van het Britse vreemde-taalonderwijs. Zo kan de Nederlandse verslaafdheid aan masters, voor wie in Londen wil werken, nog goed uitpakken. Zeker in de City vinden buitenlandse masters die hun talen spreken gretig aftrek, jonge Britse bachelors zijn er al genoeg. En dankzij de bachelor/master-structuur hoef je als Nederlander gelukkig nooit meer uit te leggen wat een doctorandus is.