De Gazastrook is nog steeds bezet

Israël zegt de Gazastrook te hebben verlaten.

Maar de aaneenschakeling van militaire acties sinds de zomer van 2005 zijn feitelijk een militaire herbezetting.

„Israël heeft de Gazastrook gewoon opnieuw bezet. Zij zeggen dat ze zijn weggegaan, maar dat is niet waar. Er gaat geen dag voorbij zonder geweld, er zijn altijd wel ergens tanks en scherpschutters in de straat, het is hier altijd oorlog”, zegt Morad Jaradad, een werkloze leraar uit het belegerde Beit Hanoun terwijl hij een deken over zijn zwaargewonde zoontje trekt. De 5-jarige Khaled ligt met twee paars-zwarte kogelwonden in het ziekenhuis van Gazastad. Bijna een week geleden stapte hij uit de schoolbus en liep in het schootsveld van Israëlische infanteristen en Palestijnse militanten.

De binnenplaats van het ziekenhuisje is een kampeerterrein voor familieleden van gewonde patiënten uit Beit Hanoun. Het stadje in de Gazastrook is zes dagen lang omsingeld is geweest door Israëlische eenheden op zoek naar „terroristen” van de zogeheten Qassambrigades. Alle mannen van veertien jaar en ouder zijn ondervraagd. Tientallen van hen zijn gearresteerd en naar Israëlische gevangenissen gebracht. Jaradad: „We moesten ons uitkleden en werden ondervraagd door de geheime dienst.”

Beit Hanoun zelf is onbenaderbaar, alleen ambulances mogen van het Israëlische leger in de buurt komen. Maandagmiddag passeerden daar in een paar uur tijd zes ambulances met net zoveel stoffelijke overschotten. In totaal is het dodental sinds woensdag opgelopen tot 56, de zes Palestijnse doden van gisteren meegerekend.

Jaradad en tientallen anderen vertellen een identiek verhaal: „Mijn hele familie zit thuis opgesloten. Ze hebben geen water, geen brood, de stroom is afgesloten en niemand, ook het Rode Kruis, mag er in of eruit, tenzij je gewond of dood bent.” Woordvoerders van het Rode Kruis en de Verenigde Naties bevestigen de strekking van dit relaas.

Hoewel Israëls regering en leger benadrukken dat een herbezetting van de Gazastrook geen officieel doel is, heeft Jaradad toch gelijk. Van Zomerregens naar Herfstwolken: de poëtische benamingen van de Israëlische operaties in de Gazastrook wisselen met de seizoenen, net als de locaties van de gevechtshandelingen.

Maar de drama’s hebben een monotoon karakter. De cyclus van gekte, geweld en propaganda is zo eenvormig en grimmig als de grijze wijken in en rondom Gazastad. Feit is dat de aaneenschakeling van militaire acties sinds de zomer van 2005 toen de 21 joodse nederzettingen werden ontruimd, neerkomt op een militaire herbezetting. Sinds juni zijn daarbij 320 Palestijnen gedood, de helft burgers, de helft militanten.

Geen visser mag uitvaren, de grensposten zijn vaker dicht dan open, geen tomaat of garnaal komt Gaza uit. Kortom, Gaza was en is nog steeds een grote gevangenis met een groeiende, radicaliserende bevolking, waarvan de helft jonger is dan 18 jaar en 65 procent van de volwassen mannen werkloos is. Verbitterde mannen met vroegoude koppen, die niets anders omhanden hebben dan moskeegang en familie-uitbreiding en vrouwen die zich steeds meer terugtrekken in pikzwarte gewaden.

Het belangrijkste doel van Israël is het uitschakelen van de Qassambrigades, de cellen van Hamas en Islamitische Jihad die amateuristische raketten afvuren op de stad Sderot en de dorpen langs de grens met de Gazastrook. Maar juist tijdens grote acties, zoals de afgelopen dagen bij Beit Hanoun, slagen de Qassambrigades erin tientallen Qassamraketten af te vuren richting Israël. De brigadisten, vaak jonge jongens op motorfietsen of in pickup trucks, zijn ongrijpbaar en weten zich gesteund door de bevolking. „Dit is meer van hetzelfde. Dit is op deze manier niet op te lossen”, klaagde de Israëlische minister Avi Dichter over Herfstwolken.

Zelfs met een doorzeefd zoontje in het ziekenhuis stelt Jaradad, die zegt bij geen enkele groep te horen: „Wij hebben het recht ons te verdedigen tegen de bezetters. Ik ben voor erkenning van Israël, maar zij moeten stoppen met de bezetting. Zij doden ons en wij mogen dan niets terugdoen? Nee. Ik denk dat ik Khaled als hij groot is niet kan tegenhouden als hij lid wordt van een Qassambrigade.”

Dat zegt ook Jameela Abdulla, namens Hamas lid van het Palestijnse parlement. Zij leidde vorige week een demonstratie van 1.500 vrouwen in Beit Hanoun. Doel was 60 in de Al-Nasrmoskee verschanste mannen te ontzetten. Twee ongewapende vrouwen werden door de Israëlische soldaten doodgeschoten toen zij te dicht in de buurt kwamen. ‘De mars van de vrouwen’ is stof voor legendevorming in Gaza. Jameela heeft geen enkele spijt van de actie.

‘s Nachts komen we Jameela opnieuw tegen in het huis van de familie van Mirvat Masoud in het vluchtelingenkamp Jabalya. De 18-jarige Mirvat heeft zich eerder die dag in Beit Hanoun opgeblazen in de buurt van een Israëlische compagnie. Zij werd gedood en een soldaat raakte licht gewond. In het kleine huis golven de emoties door de kamers. Mirvats 16-jarige zusje Naiwat, met tranen in de ogen: „Als God het wil en ik word uitgekozen dan volg ik het pad van Mirvat. Dat is nu mijn diepste wens.”