Bush betaalt de prijs voor Irak

Zes jaar lang regeerde president Bush zonder rekening te hoeven houden met de Democraten in het Congres. De uitslag van de verkiezingen maakt daar een einde aan.

In de VS kwam gisteren een einde aan een tijdperk. Twaalf jaar geleden veroverden de Republikeinen een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Zes jaar geleden koos het land George W. Bush als zijn president – en werden de VS in de praktijk een eenpartijstaat.

Gisteren maakte de Amerikaanse kiezer daar met een daverende klap een einde aan.

De Democraten heroverden met een winst van minstens 28 zetels de meerderheid in het Huis. Ook in de Senaat, twee maanden terug nog beschouwd als een onneembare Republikeinse vesting, omdat slechts eenderde van de leden voor herverkiezing opging, wisten de Democraten onverwacht veel zetels te winnen. Of zij een meerderheid in handen krijgen, is afhankelijk van enkele hertellingen.

De uitslag is hoe dan ook een afstraffing voor het belangrijkste project van president George W. Bush: de oorlog in Irak. Democraten voerden overal in het land met succes campagne tegen Republikeinse Congresleden omdat ze de president de laatste jaren niets in de weg legden bij diens aanpak van de oorlog.

Het belangrijkste concrete gevolg van de uitslag zal zijn dat Democraten de regering nu alsnog het vuur aan de schenen zullen leggen over de fouten in Irak. De aandacht zal zich niet beperken tot militair-strategische kwesties. Ook mogelijke manipulatie van vertrouwelijke inlichtingen voorafgaande aan de invasie en de gunning van onderhandse miljardencontracten aan Halliburton – het bedrijf dat vice-president Cheney eerder leidde – zullen door de Democraten uitgediept worden, zeiden ze gisteren.

Minder helder is het gevolg voor de oorlog zelf. Duidelijk is dat de bevolking er genoeg van heeft: uit één van de schaduwpeilingen bleek dat 56 procent van de kiezers voorstander is van een volledige terugtrekking van de troepen. Maar de Democraten delen dat standpunt niet. Zij voerden campagne voor „verandering” van de aanpak van de oorlog, niet de beëindiging.

En onduidelijk is wat die verandering inhoudt: de partij is verdeeld. Eerste uitlatingen van de nieuwe voorzitter van het Huis, Nancy Pelosi uit San Francisco, duidden erop dat de Democraten het initiatief aan Bush laten. Wel zijn ze bereid, zei Pelosi, „samen” met het Witte Huis een nieuwe koers uit te zetten. In het midden bleef of dat meer was dan een frase. Formeel heeft haar partij nu zeggenschap over het budget van de oorlog – maar tekenend is dat Democraten zeggen dat ze dit machtsmiddel, waarmee destijds de oorlog in Vietnam werd beëindigd, ongemoeid zullen laten.

Voor Bush is de uitslag een bittere pil. Met behulp van de Republikeinse meerderheid in het Congres kon hij de eerste zes jaar van zijn presidentschap de oppositie zonder problemen negeren. Dat deed hij dan ook vrijwel permanent – en niet zonder triomfalisme. Hij legde dat meestal uit als een keuze voor principes, zoals hij ook van Irak een principiële oorlog heeft gemaakt: wie deze strijd wil opgeven, kiest de kant de kant van ‘het kwaad’, zo heeft hij een en andermaal verklaard.

congres ‘Republikeinen hadden geen agenda meer’

Nu moet hij vermoedelijk alsnog de hand uitsteken naar de Democraten. Als bruggenhoofd zal wel de Irak Studiegroep dienen, een commissie van politici en deskundigen van beide partijen die een oplossing voor de oorlog in Irak probeert te vinden. De groep onder leiding van oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker rapporteert in december.

Het ziet ernaar uit dat Baker heilige huisjes zal laten sneuvelen. Hij had nooit veel op met het idee van het ‘verspreiden van democratie in het Midden-Oosten’. Het zal Bush voor een van de zwaarste keuzes uit zijn presidentschap plaatsen: toegeven dat het Irak-project op een fundamenteel misverstand berustte, óf zonder akkoord met de Democraten de ingezette koers handhaven, ook al vervreemdt hij zich daarmee steeds verder van het land.

Een bijzondere rol in dit geheel kan zijn weggelegd voor senator Joe Lieberman. Afgelopen zomer leek de carrière van de voormalige running mate van Al Gore, een vurige aanhanger van Bush’ aanpak in Irak, voorbij toen hij in Connecticut de Democratische voorverkiezingen verloor. Hij besloot daarop als onafhankelijke zijn Senaatszetel te verdedigen, en gisteren wist hij deze race ruim te winnen. Het brengt hem in een bijzondere positie. In de Senaat kan zijn stem voor zowel Democraten als het Witte Huis beslissend zijn. Mede daarom werd gisteren al gespeculeerd dat hij een ideale bemiddelaar is voor beide partijen.

Zo’n rol voor Lieberman zou in zekere zin representatief zijn voor de nieuwe Democraten. Zij wisten veel zetels te winnen met relatief gematigde kandidaten, niet zelden tegenstanders van abortus of aanhangers van onbeperkt wapenbezit. Een derde van alle evangelicals stemden gisteren op Democratisch. „Deze overwinning brengt het land terug naar het centrum”, zei Hillary Clinton, gedoodverfd presidentskandidaat voor 2008.

Een thema waarbij dat snel kan blijken is immigratie. Het afgelopen jaar waren Republikeinen in het Huis niet bereid rechten toe te kennen aan immigranten die al jaren zonder verblijfstitel in de VS werken. Bush wilde dat wel, en met een sterke Democratische vertegenwoordiging in het Congres zal het weinig moeite kosten alsnog een compromis te bereiken.

Democraten zullen hun nieuwe machtspositie gebruiken om lang gekoesterde verlangens – verhoging van het minimumloon, federale steun aan stamcelonderzoek – door te voeren zodra Nancy Pelosi voorzitter van het Huis is. Pelosi zal ook „het herstel van de integriteit va Washington” hoog op de agenda zetten, zei ze, refererend aan alle schandalen waarmee Republikeinen het laatste jaar werden geconfronteerd.

De binnenlandse agenda van de Republikeinen is een minder ambitieus. „Wij hebben een wake up call gekregen’’, zei John McCain, op dit moment de kansrijkste Republikeinse kandidaat voor het presidentschap. Conservatieve intellectuelen zien echter structurele problemen voor de partij. Zo zei David Brooks, conservatief columnist van The New York Times, dat de uitslag bevestigt wat hij al schreef: Republikeinen hebben sinds Reagan president werd de politiek gedomineerd. Daaraan is nu een einde gekomen. „Dat ligt niet alleen aan Irak. De Republikeinen hadden gewoon geen agenda meer.”