Vraagtekens bij Turkse stemmen voor D66

Onder Turkse Nederlanders is een campagne begonnen om op D66, lees Fatma Koser Kaya, te stemmen. Deze campagne wordt overigens, na tientallen jaren aanwezigheid in Nederland, gevoerd in het Turks. Kennelijk is het te veel moeite om even op de Nederlandstalige website van Koser Kaya te lezen: ”Zijn er vele honderdduizenden Armeniërs afgeslacht in die dagen? Zeker. Daarover kan geen twijfel bestaan.” In een interview met het blad Carrière en Overheid van deze maand zegt zij echter: ”Ik weiger mij in een hok te laten plaatsen, ik weiger mij aan te laten spreken omdat ik toevallig uit Turkije kom.”

Echter, of je vindt inderdaad dat je een gewoon Nederlands Kamerlid bent, en dan laat je je deze groep onwelkome nationalisten niet aanleunen. Vertaal dan het bewuste citaat voor de Turkstalige media in Nederland. Óf je vindt dat je wél kunt worden aangesproken op je Turkse komaf en als zodanig een meerwaarde hebt voor de Kamer. Juist een Kamerlid als Koser Kaya, met haar afkomst en academische scholing, en met mensenrechten in haar portefeuille, is dan bij machte een dergelijke discussie in alle openheid te voeren. Maar dat zal niet gebeuren, omdat D66 probeert het vege lijf te redden. Ten koste van alles speelt men verstoppertje. De nationalistische Turkse Nederlanders trappen erin. Redelijk alternatief of opportunistisch?