Veilig?

Waar ik steeds minder van begrijp, dat is het systeem van veiligheidsmaatregelen dat in Nederland rond ernstig bedreigde politici bestaat. Of bestaat het juist niet, en doet men maar alsof?

Een poosje geleden maakte ik in een Utrechtse studentensociëteit een debat tussen Mark Rutte en Rita Verdonk mee. Iedereen mocht er binnenwandelen zonder gescreend te worden, doodgemoedereerd kon ik op de tweede rij plaatsnemen. Ik zag Verdonk binnenkomen en handjes schudden, ze werkte vlak voor mij de hele eerste rij af.

Als ik snel een pistool had getrokken, zouden haar bodyguards kansloos zijn geweest. In mijn geval zul je dan altijd zien dat het pistool op het moment suprême ‘ketst’, maar dat is een ander, meer persoonlijk verhaal – ik ben gewoon te onhandig om een goede moordenaar te zijn.

En neem Geert Wilders, misschien wel onze meest bedreigde politicus. Gisteren deed hij met zijn campagneteam Apeldoorn aan. Op de website van zijn Partij voor de Vrijheid kan iedereen Wilders’ agenda voor de komende weken opzoeken. Toch was er in Apeldoorn niets te merken van een pittige politiemacht om hem te beschermen.

Rond het Marktplein, waar Wilders omstreeks het middaguur zou arriveren, waren zelfs een kwartier tevoren nog geen tekenen van verhoogde waakzaamheid te bespeuren. Was het bezoek misschien afgelast? Ik liep het kantoortje van de marktmeesters binnen. Ze keken me verbluft aan. Wilders? Op hún markt? Daar wisten ze niets van.

Omdat er geen politieman in de omtrek te bekennen was, liep ik naar de Hoofdstraat. Halverwege stuitte ik op twee rustig voortstappende agenten. Ja, ze waren onderweg naar Wilders, hij zou zó aankomen en ze zouden me wijzen wáár.

Helaas werden de agenten onderweg opgehouden door een vrouw die op het Marktplein enkele pissende zwervers had gezien. „Kijk daar eens even naar, mannen.” Dat kun je als politieman moeilijk negeren, ook al ben je op weg naar de meest bedreigde politicus van Nederland. De zwervers zaten, half dronken, pal om de hoek. Ze kregen een uitgebreide reprimande. Ik stond mijn ongeduld te verbijten, maar ik ben een oppassend burger en zal dus nooit tegen politiemensen in functie zeggen: „Schiet nou even op, mannen.”

Eindelijk konden we doorwandelen naar de overzijde van de markt. Nog steeds geen Wilders. „Komt hij nog wel?” vroeg ik. Een van de politiemensen nam me nu wat zorgvuldiger van terzijde op. „Kunt u zich eigenlijk wel legitimeren?”, vroeg hij. In Apeldoorn denken ze dat politieke moordenaars altijd eerst een praatje komen maken met de politie.

Op dat moment kwam Geert Wilders voorgereden in een grote, geblindeerde bus. Omringd door vier, vijf bodyguards stapte hij uit om een wandeling van drie kwartier door het centrum te maken. Ik voegde me bij het gezelschap, samen met allerlei mensen die zich niet hoefden te legitimeren. Twintig, dertig meter voor ons uit deinde het geblondeerde hoofd van de lange Wilders – een bewegend doelwit. We liepen langs kramen, door een winkelcentrum en over de openbare weg.

Er had van alles kunnen gebeuren, waarvan we ons dan later weer zouden afvragen: hoe kón dit gebeuren? Goed, er gebeurde niks, maar dat ligt vooral ook aan Apeldoorn, daar gebeurt volgens mij zelden iets.