Tóch discriminatie bij sollicitatie

Sollicitatiebrieven met een Marokkaanse naam maken 22 procent minder kans om door de selectie te komen, dan brieven met een Nederlandse naam. Dit blijkt uit nog niet gepubliceerd onderzoek. Minister Wijn beweerde vorige week nog dat allochtonen bij sollicitaties niet of nauwelijks worden gediscrimineerd.

Wijn (Economische Zaken, CDA) baseerde zich op ander onderzoek, dat volgens de uitvoerders van dat onderzoek niet bijzonder geschikt is om discriminatie te meten. „Als je wilt weten of er gediscrimineerd wordt, kijk dan niet naar ons onderzoek”, zegt onderzoekster Marloes de Graaf vandaag in het VPRO-radioprogramma Noorderlicht.

Arbeidspsychologe Eva Derous van de Erasmus Universiteit Rotterdam stuurde voor haar nog niet gepubliceerde onderzoek sollicitatiebrieven voor bestaande vacatures, met de ene keer een Nederlandse en de andere keer een allochtone naam. En zo bleken brieven met een Marokkaanse naam aanzienlijk minder kans te maken, dan brieven met een Nederlandse naam.

De Graaf, projectleider bij de Stichting Economisch Onderzoek (SEO), zegt over het onderzoek van Derous: „Ze hebben een betrouwbaarder meetmethode gebruikt dan wij. Dat betekent dat hun resultaten ook betrouwbaarder zijn.” SEO onderzocht in opdracht van het ministerie van Economische Zaken hoe mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt werk vinden, en hoe ze daarbij geholpen kunnen worden. „Er is ons juist expliciet gevraagd niet te veel op etniciteit te focussen”, zegt De Graaf. Als de SEO alleen discriminatie had moeten onderzoeken, was het onderzoek anders uitgevoerd, namelijk net als Derous het heeft gedaan. De SEO vond nu slechts 3 procent verschil en hier baseerde Wijn zich op.