Stuitende subsidie

Voor een zwangere vrouw met een complicatie moet het onrustbarend zijn dat verloskundigen extra subsidie krijgen als ze niet doorverwijzen naar een specialist. Dat gebeurt helaas wel. De zorgverzekeraars geven de wetenschappelijke vereniging voor verloskundigen een miljoen euro extra als de leden minder doorverwijzen. Dat is het verkeerde soort marktwerking, die gericht is op het welzijn van de zorgverzekeraar en niet van de patiënt.

Vooral bij stuitligging van de foetus kan een prikkel om niet door te verwijzen gevaar opleveren voor de zwangere vrouw. Het kind ligt dan verkeerd en dreigt niet eerst met het hoofd maar met de stuit naar buiten te komen. Verloskundigen proberen het kind soms door druk van buiten in de baarmoeder om te draaien, maar vrouwenartsen vinden die praktijk riskant en in een aantal gevallen is keizersnede beter.

Voor deze opvatting hebben de vrouwenartsen steun gekregen in een Nederlands proefschrift. De kans dat het kind met stuitligging sterft of ernstige klachten krijgt, is bij een vaginale bevalling 1,29 procent; bij een keizersnee is dat 0,16 procent. Dit betekent elf extra sterfgevallen van kinderen met stuitligging.

Dit verschil is groot genoeg om stuitliggingen door vrouwenartsen te laten beoordelen. Ook al gaat het om betrekkelijk geringe risicopercentages en verloopt in verreweg de meeste gevallen een vaginale bevalling met stuitligging goed. En ook al schept een keizersnede een risico op blijvende medische klachten van de moeder en dreigt de ingreep een volgende bevalling te compliceren.

Maar het is kiezen tussen twee kwaden. De verloskundigen hebben kunnen voorkomen dat de bevalling in Nederland zo sterk is gemedicaliseerd als elders in de rijke landen. Door eigen ervaring kunnen zij eenvoudig problemen oplossen die elders onder het mes belanden. In vergelijking met het buitenland wordt de keizersnede hier weinig toegepast.

Toch moeten verloskundigen hun medische oordeel baseren op de stand van de wetenschap en niet op subsidiekansen. Op grond van publicaties in het medische tijdschrift The Lancet is het aantal keizersneden bij stuitligging gestegen van 50 naar 80 procent.

Onder de noemer van ‘kwaliteitsbeleid’ worden verloskundigen met een subsidie voor hun wetenschappelijke vereniging geprikkeld om de harde resultaten van de wetenschap te negeren. Dat is bizar. Elk dood kind is er één. De extra schadeclaims komen ook bij de verzekeraar terecht, zij het bij een andere afdeling.

Wetenschappelijke specialistenorganisaties horen niet zomaar te worden betaald door belanghebbenden, of dat nu een verzekeraar is of de farmaceutische industrie. Dat aan die subsidie voorwaarden worden gesteld, is des te erger. Met kwaliteit heeft dat niets te maken.

Nu de overheid minder subsidie geeft aan wetenschappelijke verenigingen, zouden de medici of specialisten het zelf moeten aanvullen in het belang van hun beroepspraktijk. Ieder zijn leest. Zorgverzekeraars moeten zich bij verzekeren houden. Een subsidie van zorgverzekeraars die de behandelwijze van verloskundigen probeert te beïnvloeden, is een vorm van onethische belangenverstrengeling.