Strengere eisen handbagage halen niets uit

De maatregelen tegen terroristische aanvallen op vliegtuigen zullen niets uithalen omdat ze gebaseerd zijn op onzinnige scenario’s, betoogt H.F.R. Schöyer.

Met ingang van gistermiddag 12 uur gelden aanzienlijk strengere regels voor handbagage in vliegtuigen. Gezien de reacties van het publiek is er weinig bezwaar tegen deze strengere eisen, omdat men gelooft dat daardoor de veiligheid wordt bevorderd.

Maar dat is niet het geval. De maatregelen om te voorkomen dat vloeibare explosieven (of ingrediënten daarvoor) aan boord van vliegtuigen komen, zijn gebaseerd op een haast niet te geloven mate van onkunde op dit gebied.

Er bestaan niet zo heel veel vloeibare explosieven; het bekendste vloeibare explosief is glyceroltrinitraat. Maar deze stof is zo schok- en wrijvingsgevoelig dat het heel moeilijk is deze aan boord van een vliegtuig te krijgen zonder dat die al van tevoren explodeert. Stabiliseren met nitromethaan geeft verbetering, maar de stof blijft erg schok- en wrijvingsgevoelig.

Maar stel dat een kwaadwillende erin slaagt een vloeibaar explosief mee te nemen. Waarom flesjes tot 100 ml dan wel in de handbagage mogen, is mij onduidelijk. Want wie 100 ml glyceroltrinitraat tegen de wand van een op 10 km hoogte vliegend vliegtuig tot ontploffing brengt, veroorzaakt vrijwel onherroepelijk een explosieve decompressie, dat wil zeggen het vliegtuig stort neer in kleinere en grotere stukken. Verbied dan ook kleinere verpakkingen.

Een ander vloeibaar explosief, nitromethaan, is juist erg schokongevoelig en moet met een detonator tot ontploffing worden gebracht, evenals het krachtigere mengsel van nitromethaan en ammoniumnitraat. Juist deze elektrische ontstekingsmechanismen (of mechanische) zijn met röntgendetectie goed op te sporen.

Het gebruik van triaceton-triperoxide (gemaakt uit aceton en waterstofperoxide, twee vloeistoffen) zoals gesuggereerd door de Britse inlichtingendiensten, getuigt van een schrikbarend gebrek aan kennis van explosieven. Het vaste triaceton-triperoxide moet namelijk wel goed droog zijn voor het als explosief kan worden gebruikt, en dat lukt niet een-twee-drie in het toilet van een vliegtuig.

De luchtreiziger wordt nu verboden om vloeistoffen mee te nemen in zijn handbagage, gebaseerd op onkunde bij de Europese Commissie, terwijl de werkelijke gevaren slecht worden afgeschermd. De slechte beveiliging op de luchthaven van Frankfurt staat niet op zichzelf. Wie uren naar een scherm zit te kijken wat in de handbagage zit, is natuurlijk na enige tijd niet alert meer. Op andere luchthavens werkt de controle niet beter. De controle werkt ook averechts: een militair, reizend in burger, miste zijn vliegtuig omdat hij een handboek over explosieven (voor zijn werk) in zijn bagage had. Dat is wel verdacht!

Als men zich tegen terroristen wil beschermen, moet dat wel goed gebeuren. Een of meer terroristen die zich bewapenen met keramische messen, verborgen in hun kleding, lopen zo de detectiepoortjes door. Wie kwaad wil, kan rustig zijn gang gaan.

In vliegtuigen wordt wijn geserveerd uit glazen flesjes. Sla de hals eraf en men heeft een gemeen wapen. Metalen bestek is standaard op langeafstandsvluchten. Terroristen die zich eerst goed oefenen in het gebruik ervan of zich bewapenen met katapulten, zijn aan boord even gevaarlijk als mensen die vuurwapens bij zich hebben. Maar ze komen wel door de beveiliging. Diverse wapens kunnen zo aan boord worden gebracht.

Explosieven zijn met ‘snuifapparatuur’ goed te detecteren, maar die apparatuur ontbreekt op de meeste luchthavens.

Als de Europese Commissie zinnige maatregelen tegen terroristische aanvallen op vliegtuigen wil uitvaardigen, moet men eerst deskundigheid in huis hebben. Men baseert zich nu op onzinnige scenario’s die alleen maar door incompetente raadgevers of analisten kunnen zijn bedacht. De veiligheid is met deze onzin niet gediend, de luchtreiziger evenmin.

H.F.R. Schöyer is verbonden aan de TU Delft, afdeling Ruimtevaarttechniek. Hij is deskundige op het gebied van explosieven.