Ortega versie 4.0 voor Nicaragua

Na vier pogingen is het hem dan toch gelukt. Sandinistenleider Daniel Ortega stevent af op een ‘zekere zege’ na de zondag gehouden verkiezingen voor het presidentschap van Nicaragua.

Daniel Ortega Saavedra (60) is terug. Maar, hij is veranderd. Zestien jaar nadat ze hem het presidentschap ontnamen, kozen de Nicaraguanen zondag bijna zeker voor een nieuwe Daniel. De leider van het Frente Sandinista heeft de felle taal tegen de Verenigde Staten en het kapitalisme afgezworen en is nu een vroom christen. Kritiek op het neoliberalisme uit hij tegenwoordig door paus Johannes Paulus II te citeren, die in Nicaragua ooit sprak over ‘wildwest-kapitalisme’.

Bij drie voorgaande verkiezingen riepen Ortega’s tegenstanders nog met succes doembeelden op van nieuwe oorlog en crises. De rechtse tv-zender Canal2 liet gisteren talloze oudere bellers huilend reageren op Ortega’s bijna zekere zege: ze vrezen een terugkeer naar de jaren tachtig. Maar in het stemhokje werd zondag óók massaal gedacht aan de onmiskenbare vooruitgang die het sandinistisch bewind (1979-1990) boekte. En een snelgroeiend deel van Nicaragua’s piepjonge bevolking heeft van deze periode in zijn geheel geen eigen herinnering.

Angst zaaien was de geijkte rechtse strategie sinds 1990. Toen werd Ortega verslagen door Violeta Chamorro, de kandidate van een door de VS gesteund oppositieblok. Het verjagen van de dictatoriale Somoza-dynastie, de verbetering van de gezondheidszorg, de alfabetiseringscampagnes, het uitdelen van grond aan kleine boeren: al deze verworvenheden van de revolutie wogen niet meer op tegen de economische crisis die werd veroorzaakt door de handelsblokkade van de VS.

Bovenal hoopten kiezers dat met Chamorro een eind kwam aan de Contra-oorlog. Het land was door de terreur van de door de VS gesteunde contra-strijders in een bloedige oorlog gestort. De contras saboteerden met grof geweld de sociale projecten van de sandinisten en moordden hele dorpen uit.

Er kwam inderdaad vrede, maar drie opeenvolgende neoliberale regeringen hebben het land amper uit zijn diepe armoede kunnen verheffen. Dat Ortega het van de kiezers nu eens in vredestijd mag proberen, lijkt daarom geen verrassing. Ware het niet dat Ortega inmiddels flink naar rechts is opgeschoven en tegenwoordig innige banden onderhoudt met het bedrijfsleven.

Volgens zijn critici was dit de reden dat hij het afgelopen halfjaar geen interviews gaf en tv-debatten meed. „Hij wist dat alleen de echte Daniel de fictieve Daniel kan ontmaskeren”, stelde de linkse schrijfster Gioconda Belli. „Hij claimt de verworvenheden van onze revolutie. Maar het Frente was succesvol als collectief, nooit met Daniel alleen.”

Ortega mat zich tijdens de campagne zorgvuldig een verzoenend en vredelievend imago aan. De oud-contra Jaime Morales werd zijn kandidaat voor het vice-presidentschap – jarenlang woonde Ortega in diens gekraakte villa. Hun verkiezingsslogan luidde ‘Geef ons een kans in vrede’.

Naar verwachting krijgen ze een kans in vrede. De VS zullen anno 2006 niet opnieuw tot militaire inmenging overgaan, hoewel Ortega’s kandidatuur de laatste weken veel Amerikaans verzet opriep. Het ‘rode gevaar’ was in deze retoriek vervangen voor terreurdreiging. Amerikaans rechts legde via de Venezolaanse steun aan Ortega een link tussen hem, Iran en ‘dus’ moslimterroristen. De presidenten van Iran en Venezuela gaan immers wel eens bij elkaar op visite.

Het pleidooi van een Republikeinse politicus voor het blokkeren van de geldzendingen uit de VS naar Nicaragua werd een verkiezingsthema. De blokkade van deze remesas zal in de praktijk echter lastig blijken. En kan bovendien averechts uitpakken voor de VS: nu al zegt zes op de tien inwoners in peilingen het land te willen verlaten. Als de VS de remesas echt blokkeren, grapt men dezer dagen in Managua, dan wordt hun hek langs de Mexicaanse grens omver gelopen.

Bepalender dan alle Amerikaanse bemoeienis zijn wellicht de tv-beelden geweest van een tanker met goedkope Venezolaanse stookolie die een Nicaraguaanse haven binnenvoer. Ortega belooft dat meer schepen volgen en hij de nijpende energie- en transportcrises oplost. Ook wil hij de samenwerking met Cuba en Venezuela op onderwijs- en gezondheidsgebied uitbreiden.

Daarnaast werd Ortega dit keer niet tegengewerkt door de zeer invloedrijke katholieke kerk. In 1996 verloor hij nog na een listige interventie van de machtige kardinaal Obando y Bravo. Nu steunde Ortega recentelijk een omstreden aanscherping van de nationale abortuswetgeving en spraken de bisschoppen zich niet tegen hem uit.

In straatarm Nicaragua zullen Ortega’s uitdagingen de komende vijf jaar vooral van economische en binnenlandse aard zijn. Een grote rol zal zijn weggelegd voor zijn vice-president Morales. Hij is van neoliberale snit en zal Ortega’s kabinet samenstellen. Enkele ministers van de huidige rechtse president Bolaños zullen ook onder Ortega gaan dienen, kondigde Morales al aan.

Morales is ook de personificatie van het pact dat Ortega in 2000 sloot met de toenmalige rechtse president Alemán. Diens regeringspartij PLC zou Ortega in het parlement helpen om de rechterlijke macht en andere staatsinstituties onder zijn controle te brengen. In ruil hiervoor zouden Ortega-getrouwe rechters de twintig jaar celstraf, die Alemán later kreeg wegens corruptie, omzetten in een milde vorm van huisarrest.

Alemán is voor zijn relatieve vrijheid nu afhankelijk van Ortega. Die op zijn beurt heeft weer de steun nodig heeft van de PLC om straks te kunnen regeren. Ortega’s aankomende vice-president Jaime Morales hielp de PLC oprichten en onderhoudt nauwe banden met Alemán. De toekomst moet uitwijzen hoeveel invloed Alemán nog heeft op zijn partij en op Morales.

Een deel van de liberalen splitste zich uit onvrede over het verbond af en richtte een rechts alternatief op, de ALN. Maar juist van deze verdeeldheid bij rechts heeft Ortega nu geprofiteerd. Vooral omdat El Pacto óók voorzag in verlaging van de kiesdrempel voor het presidentschap tot 35 procent.

De twee partijen in het parlement die het pact willen opheffen, haalden gisteren geen meerderheid. Het wordt de vraag of en hoe ze tegenwicht kunnen bieden tegen het politieke duopolie van het Frente en de PLC.