Meesterknecht met gevoel voor humor

Gijs Damen (27) stopte twee maanden geleden met top- zwemmen. Na een zoveelste teleurstelling. „Soms moet je ook realistisch durven zijn en zeggen: ik heb ‘het’ gewoon niet.”

Gijs Damen (Foto WFA) Team Netherlands with Johan Kenkhuis, Gys Damen, Ewout Holst and Mark Veens, order not known, after winning the gold medal in the men's 4 x 50 meter freestyle final race during the Swimming European Championship short course in Riesa, Germany, Sunday, Dec. 15, 2002. (AP Photo/Matthias Rietschel) Associated Press

Zijn voormalige trainer noemt hem zonder dralen „de kampioen van de training”. Want Gijs Damen – Gijsje voor vrienden en intimi – bleef maar „gaan, gaan en gaan, ook als de rest al op apegapen lag”, weet Jacco Verhaeren. „Het sneue voor hem is alleen dat hij die tomeloze inzet nooit echt terugbetaald heeft gekregen”, zegt de hoofdcoach van het Nationaal Zweminstituut Eindhoven.

Dat is, zo beseft de hoofdpersoon zelf ook, al die jaren – elf in totaal – zijn tragiek geweest. „Ik kon de tegels uit de muren trainen, maar in die drie jaar onder Jacco heb ik minimale progressie geboekt; drietiende van een seconde heb ik van m’n persoonlijk record op de 100 vrij weten af te halen, en dat was het dan. Dan ga je jezelf op een gegeven moment toch afvragen: hoe zinvol is dit allemaal nog?”

Als Damen al eens excelleerde dan was het in dienst van de estafetteploegen, en dan ook nog eens op de niet-olympische kortebaan (25 meter). Hij weet het. „Als ik me al plaatste voor een groot toernooi, dan was het vrijwel altijd met de hakken over de sloot. Dat was geen toeval natuurlijk, hoewel ik dat heel lang wel zo ervaren heb. Maar dat was bij nader inzien tegen beter weten in. Topsporters hebben soms een plaat voor hun hoofd.”

Sinds vorige maand slijt Damen (27) zijn dagen fulltime achter een bureau aan de randweg van Breda. Als tekenaar en werkvoorbereider bij een bedrijf, dat schakelkasten en verdeelinrichtingen produceert voor bedrijven en instellingen. „Mijn werkgever is altijd heel coulant geweest, omdat ik zonodig moest zwemmen, nu is het tijd wat terug te doen.”

Bovendien: stilzitten kan en wil hij niet, de bijna twee meter lange oud-sprinter die afgelopen zomer, tijdens de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) in Boedapest, de onvermijdelijke beslissing nam. „Ik haalde het wéér niet, net als een jaar daarvoor bij de Olympische Spelen in Athene. Ik heb mijn teleurstelling verborgen gehouden, omdat ik de rest van de ploeg niet tot last wilde zijn. Maar diep van binnen wist ik genoeg: het was over.”

Want waarom zou hij zichzelf nog langer kwellen? Het lichaam dagelijks afbeulen zonder bijbehorende beloning? Voor een wereldrecord op de incourante 4x50 meter vrije slag, zoals drie jaar geleden in Dublin (EK kortebaan). „Trainen heb ik altijd ongelooflijk leuk gevonden. Sterker nog: ik mis dat nu enorm, hoewel ik zo nu en dan nog wat aftrain in Eindhoven. Maar om nu nog twee jaar door te gaan, terwijl je weet dat je ‘Peking’ zo goed als zeker toch niet haalt, dat heeft geen zin. Er is meer in de wereld dan zwemmen. Soms moet je realistisch durven zijn en zeggen: ik heb ‘het’ gewoon niet.”

In feite staat Damen, begonnen bij ZPC Breda, symbool voor de overgrote meerderheid van de vaak louter door ambitie gedreven zwemmers. Het gros gaat ten onder bij gebrek aan talent. „Hard trainen is ook een talent, maar het aangeboren zwemtalent zoals Pieter van den Hoogenband dat heeft, dat heb ik niet. Enerzijds is dat een frustrerende constatering, anderzijds besef ik maar al te goed dat zulke types niet zo vaak geboren worden.”

Mislukt wil de drie jaar geleden tot Sportman van Breda uitgeroepen Damen zichzelf niet noemen, want: „Zwemmen heeft mijn leven verrijkt, ik heb de hele wereld gezien, veel verschillende mensen en culturen ontmoet, ben bij de Olympische Spelen geweest; dat zijn zaken die tellen ook. Je kan alles afmeten aan resultaten, maar zo steek ik niet in elkaar.”

Dat weet ook Verhaeren die, zonder afbreuk aan zijn voormalige pupil te willen doen, nog wat miste bij Damen: „Gijs had niet de vooruitziende blik die iedere topsporter moet hebben. Je moet verder kunnen kijken dan die ene wedstrijd of die ene training. Dat deed hij negen van tien keer niet. Hij zag de mislukking vaak niet aankomen.”

Toch zal Verhaeren hem missen, al was het maar door Damens immer opgewekte humeur en de aanstekelijke werking die daarvan uitging. „Onbewust heeft hij mij al die jaren veel werk uit handen genomen. Als de rest er dubbel en dwars doorheen zat, stapte Gijs lachend het water uit en zette hij de muziek doodleuk drie tandjes harder, waardoor iedereen die zeurende pijn in de schouders op slag vergeten was.”

Damens grootste verdienste is gelegen in zijn onbaatzuchtige inzet voor Van den Hoogenband, zeker na diens herniaoperatie en daaropvolgende revalidatie, nu ruim een jaar geleden. Damen: „Ach, zoiets doe je toch? Piet is mijn maatje, hij moest helemaal opnieuw beginnen, op een moment dat iedereen – inclusief Jacco – in Canada (WK in Montreal, red.) zat. Stap voor stap hebben we hem in die zomermaanden weer opgebouwd, met de meest simpele oefeningen die je je maar kunt voorstellen. Maar het werkte, Piet kon weer zwemmen, en dat was ook voor mij een overwinning.”

Verhaeren beschouwt Damen dan ook vooral als „de meesterknecht” van de drievoudig olympisch kampioen. „Gijs knapte het vuile werk op, zonder dat hij dat zelf ooit zo ervaren heeft. Beetje slap lullen met Pieter als het spannend werd, handtekeningenjagers bij hem wegjagen, dat soort dingen. En een goede mop op z’n tijd. Daar was Gijs ook heel goed in.”