Land grijzer, dus geld genoeg

Om een torenhoge staatsschuld wegens de vergrijzing te voorkomen, heeft het Centraal Planbureau (CPB) uitgerekend dat de overheid de komende dertig jaar 15 miljard euro moet besparen. Maar het CPB heeft bij zijn berekeningen geen rekening gehouden met de stijgende belastinginkomsten uit successierechten (belasting op erfenissen). Die inkomsten nemen toe omdat de vermogende babyboomgeneratie nu eenmaal niet het eeuwige leven heeft.

In een artikel in het economenblad ESB (22 september 2006) heb ik voorgerekend dat de belastinginkomsten uit successierechten daardoor stijgen van 1,7 miljard euro in 2005 (0,34 procent van het bruto binnenlands product, bbp) naar 5,0 miljard in 2040 (0,62 procent van bbp). Als deze extra inkomsten gebruikt worden om de staatsschuld terug te dringen, dan loopt die schuld veel minder uit de hand dan het CPB veronderstelt.

Een extra aflossing van jaarlijks 2,3 miljard euro is vervolgens al voldoende om de staatschuld binnen de grens van het Verdrag van Maastricht te houden. Die 11 miljard van het CPB is dan ook sterk overdreven.

In reactie op vragen van de PvdA in de Kamercommissie voor Financiën trok minister Gerrit Zalm deze berekening in twijfel. In het artikel in ESB wordt 2005 als startpunt voor de berekening gekozen en volgens Zalm is dat ongelukkig vanwege een incidentele extra opbrengst van 200 miljoen euro in dat jaar. We zouden daarom moeten uitgaan van 1,5 miljard in 2005 en niet van 1,7 miljard.

Het is de vraag of Zalms bewering juist is. De 1,7 miljard van 2005 lijkt helemaal geen incident te zijn. Zo wordt in de Miljoenennota voor volgend jaar opnieuw een bedrag van 1,7 miljard verwacht. Maar goed, ook als we dit als incidenten beschouwen en daarom uitgaan van 1,5 miljard in 2005, dan nemen de inkomsten uit successierechten nog altijd toe tot 4,4 miljard in 2040. Daarmee worden de kosten van de vergrijzing nog altijd voor een belangrijk deel gedekt. Althans, als we niet uitgerekend nu de tarieven voor het successierecht verlagen zoals verschillende partijen (VVD, CDA en PvdA) voorstellen. Als we de AOW niet willen belasten en de pensioengerechtigde leeftijd niet willen verhogen, dan kunnen we de successierechten voorlopig beter laten voor wat ze zijn.

De stijging van de inkomsten uit successierecht is niet de enige ontwikkeling die het CPB over het hoofd ziet. Zo zouden de inkomsten uit overdrachtsbelasting en tabaksaccijns door de vergrijzing juist wel eens kunnen afnemen, omdat ouderen minder verhuizen en minder roken dan jongeren.

Aan de andere kant zal de criminaliteit door de vergrijzing afnemen. En dat scheelt veel in de kosten. Het overgrote deel van zowel de daders als de slachtoffers is namelijk jonger dan 35 jaar. Omdat ook de positie van jongeren op de arbeidsmarkt gaat verbeteren, valt te voorzien dat de criminaliteit aanzienlijk daalt. Een verlaging van de uitgaven voor rechtshandhaving (gestegen van 2,1 miljard euro in 1992 tot 6,1 miljard in 2004) kan wel eens een reële optie zijn. Er is overigens geen partij die het durft te zeggen.

Er is vooralsnog volstrekt onvoldoende inzicht in dit soort demografische ontwikkelingen. Het komende kabinet moet daarom eerst maar eens een goede studie laten uitvoeren naar de gevolgen van de vergrijzing.

Tot dat moment kunnen politici hun kruit het beste droog houden. Discussies over het belasten van de AOW of het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd zijn op dit moment net zo weinig opportuun als voorstellen om het successierecht te verlagen.

Misha van Denderen is filosoof en marktanalist.